Welk vuur brandt in jou?

Toen ik 15 was wist ik het zeker: ik wil kinderen helpen; ik wil iets doen waarin ik écht van betekenis kan zijn. Abrupt besloot ik met HAVO te stoppen, want wat heb ik met dat doel aan Aardrijkskunde en Geschiedenis, dacht ik? Leraren vroegen me of ik het wel zeker wist, dat ik MBO ging doen, want je bent goed bezig op de HAVO en een diploma is belangrijk? Maar ik wist het zeker en ging mijn doel achterna. Tijdens het MBO liep ik stage op een groep waar kinderen woonden, die uit huis geplaatst  waren door het toenmalige Bureau Jeugdzorg. Geweldige stageplek. Ik kon hier veel leren over mezelf en vooral mijn hart kwijt bij deze kinderen. Die het recht niet hebben gekregen, waar alle kinderen wél recht op hebben: warmte, liefde, vertrouwen en veiligheid. 

”Als kind wist ik wat onrecht was. Als volwassene weet ik waar onrecht vandaan komt en als professional ken ik beide”.

Mijn verhaal

Toen ik afstudeerde gebruikte ik een liedje van Matthijn Buwalda, waarmee ik mijn droom verwoordde en dan vooral: “Ik sta liever ergens voor, dan overal maar steeds voor weg te rennen. Als er nog vuur in je zit, laat het branden!” Deze tekst raakt(e) me, omdat ik dat ‘vuur’ zo belangrijk vind: je passie, je drive! De reden van waarom je doet wat je doet. En ik word heel blij van doen met mijn hart. Mijn vuur was toen en ís nu: het kind en onrecht. Als kind wist ik wat onrecht was. Als volwassene weet ik waar onrecht vandaan komt en als professional ken ik beide. En dat is Jannie. En dat is waar het wat mij betreft om gaat: als jeugdbeschermer jezelf zijn. 

Hoe ben je dan jezelf? Daarvoor moet je jezelf kennen. Eerlijk gezegd vond ik die oneindige reflecties in de studies niet zo erg. Ik geniet erg van coaching, intervisie en supervisie. Het is écht nodig jezelf te kennen voor dit werk. ‘Je bent je eigen instrument’ heb je waarschijnlijk al 1000x gehoord en niks is minder waar.

Terug naar 2017, toen ik startte bij SAVE Jeugdbescherming. Voor mijn gevoel klopte het ineens allemaal. Hier kon ik mijn krachten inzetten in mijn werk. Namelijk, ik luister graag naar anderen, neem graag de leiding, houd gemakkelijk overzicht, ben nieuwsgierig, kan goed verwoorden wat ik vind, kom krachtig over, houd gemakkelijk het doel voor ogen, kan goed aansluiten bij anderen en heb een visie op wat een kind nodig heeft. Wat ik moe(s)t leren? Mógen leren, fouten mogen maken, want die maak je. Mijn beeld bijstellen van elk kind moet perfect opgroeien, naar, elk kind moet goed genoeg opgroeien. Ook moet ik leren om soms even niks te zeggen. 

Jeugdzorg

Onlangs ging het in het nieuws over het babymeisje, die gevonden werd in een vuilcontainer in Amsterdam. Een vreselijk drama wat iedereen raakt en wat voor veel mensen het enige beeld is van jeugdzorg. Het is echter veel en veel meer. Dit babymeisje raakt ons, omdat een baby aandacht en liefde verdient, in plaats van als vuil weggegooid worden. Ze huilde. Wat mij elke dag raakt zijn kinderen die niet gehoord of gezien worden als ze huilen. 

”Wat mij op mijn eerste dag raakte was dat ik wist: dit werk wil ik doen.”

Wat mij gisteren heeft geraakt

Was een meisje dat huilt, omdat ze van papa niet naar mama mag. Omdat papa en mama niet tot een gezamenlijke afspraak komen sinds ze uit elkaar zijn. Wat mij eergisteren nieuwsgierig maakte was een melding van een school, dat aangaf dat een meisje van 5 jaar alleen maar piemels tekent. Wat mij vorige week raakte was een huilende ouder aan de telefoon, die me vraagt ‘Maar wat moet ik dan doen, Jannie, als mijn kind zegt dat ze geslagen wordt door haar vader?’ Wat mij twee weken geleden gezonde spanning gaf, was mijn rol in de Rechtbank waar de Kinderrechter mij vroeg: ‘En wat vindt u mevrouw Meijer?’ nadat ouders hun woord konden doen wat mijlenver uit elkaar lag. Wat mij vorige maand raakte was de alcoholistische moeder, die ik bij een huisbezoek aantrof in de gang in haar eigen urine, vragend aan haar dochter de urine op te ruimen. Wat mij een half jaar geleden bezig hield, was of ik een pubermeisje wel of niet gesloten moest plaatsen voor haar eigen veiligheid, wegens vermoeden van afhankelijkheidsrelaties, wetend dat een gesloten plaatsing een trauma op zich is. Wat me een jaar geleden liet genieten, was een meisje van 8 jaar, waarmee ik naar de kringloop liep om een knuffel te kopen voor haar verzameling, waarna we verder kletsten over hoe het nu thuis ging. Wat me twee jaar geleden frustreerde, was het zoveelste telefoontje van een advocaat, die mij vertelde dat ik mijn werk niet goed deed in het belang van zijn cliënt, namelijk een moeder die meer omgang zou moeten hebben met haar zoon dan ze op dat moment had. Wat me drie jaar geleden dankbaar maakte, was de fles kinderchampagne, die ik kreeg bij het afsluiten van een betrokkenheid, waarbij alcohol de deur uit moest en ouders dit gelukt was. Wat mij op mijn eerste dag raakte was dat ik wist: dit werk wil ik doen. 

Het belangrijkst

Een organisatie als SAVE Jeugdbescherming maakt veel veranderingen en onzekerheden door. We liggen onder het vergrootglas van Inspecties, media en politiek. Collega’s komen en gaan. Methodieken en werkwijzen veranderen. Daarin is het belangrijk, dat je weet waar je alles voor doet en dat je het doel voor ogen houdt. Namelijk: het kind. 

Het kind is de toekomst. Als het een kind lukt een volwassene te vertrouwen, zal het een gezonder zelfvertrouwen ontwikkelen en daaruit beter in staat zijn te leren en gezonde relaties aan te gaan. Ik geloof in de waarde van de bemoeienis van een jeugdbeschermer, die staat naast het kind en de opvoeder.


Jannie Meijer
Jeugdbeschermer
SAVE Jeugdbescherming

Gerelateerde berichten

Interimmanager en podcast-host Sara Woudenberg

Interimmanager en podcast-host Sara Woudenberg bij Mens in de Zorg legt haar zoektocht aan de dag. Met wat tijd en zelfreflectie is ze gestopt bij opleiding communicatie en zo overgestapt naar de zorg. Waarom de zorg?

De theorie vertalen naar de praktijk

Anouk wist vroeger niet wat ze wilde worden. Toch wist ze binnen een korte periode welke richting ze op zou gaan: de zorg. Na haar studie en stage heeft ze haar plek kunnen vinden. Maar hoe ervaart ze de praktijk?

Croupier of doktersassistente? Allebei!

Jessica Lisman werkt als croupier bij Holland Casino. Maar sinds de coronavirus aanwezig is, kan zij daar tijdelijk niet meer werken. Zij koos ervoor om te focussen op haar interesse in de zorg. Welk richting heeft zij uiteindelijk gekozen en waarom?