"Jarenlang op eenzelfde groep werken. Er zijn mensen die daartoe in staat zijn, maar ik kan dat niet. Er moet voor mij ergens wat reuring zijn. Er moet iets te overpeinzen en te ontwikkelen zijn. Ik ben op veel plekken in de zorg geweest en ik zie veel mogelijkheden. Ik kom altijd iets brengen – mijn kennis en inzet, en iets halen – wat ik kan leren van anderen en waarin ik mijzelf blijf ontwikkelen." Gwen Stücklschwaiger is 48 jaar en werkzaam als speltherapeut binnen de jeugdzorg en verstandelijke gehandicaptenzorg.

Waar begint jouw carrière?

“Ooit was ik een zijinstromer die vanuit de grafische industrie in de zorg belandde. Ik heb taken uitgevoerd die nu niet meer bestaan, zoals het letterlijk vormgeven van krantenpagina’s door papier te knippen en te plakken. Dan werd er een film van gemaakt en moest die per autokoerier naar de andere kant van het land. De grafische industrie ging digitaliseren. De banen lagen niet meer voor het oprapen en ik wilde graag vastigheid, omdat wij een huis wilden kopen en een gezin wilden beginnen.”

“Zo rolde ik, via een grapje van een vriendin die nog wel vacatures wist, in de gehandicaptenzorg. Dat was in Baarn bij Amerpoort. Ik was net moeder geworden en had gesolliciteerd op een functie als begeleider bij ‘zeer ernstig en ernstig gedragsgestoorde verstandelijk gehandicapten’. Ik kwam uit de techniek en had echt geen idee. Ik wist niet dat er ook andere doelgroepen bestonden. Ik reageerde vanuit mijn gevoel en dat werkte kennelijk goed, maar ik kon toen totaal niet onderbouwen waardoor dat goed ging. Wat was het dan dat ik deed? Ik weet nog goed dat ik voor het eerst een man moest scheren, een man die boven mij uittorende, en ik voel nog de onwennigheid. Niet weten hoe überhaupt een scheerapparaat werkt en dan ook nog zo intiem dicht bij een man dit te moeten doen. Je went snel aan dit soort dingen, maar in het begin kan dat wat spannend zijn. Het is belangrijk dat mensen die collega’s inwerken hier niet zomaar aan voorbijgaan.”

"Ik had nooit voor mogelijk gehouden dat ik een hbo-opleiding voor elkaar zou krijgen, maar dit bleek een schot in de roos."

“Binnen een week had ik op die groep een eerste escalatie met een cliënt te pakken,” vervolgt Gwen. “Een nagel in mijn arm, waarvan ik nog steeds een litteken heb en een flinke dreun rijker. Toen maakte ik de balans op. Wat deed dit met mij? Zou ik dit aankunnen? Zou ik hiermee om kunnen gaan? Ja, dat zou mij lukken. Het was niet leuk, maar ik vond dat ik niet ‘van de leg was’ en ik zag dat de man in kwestie ‘even de weg kwijt was’ en dat het niet om mij persoonlijk ging. Ik werkte onregelmatige diensten, ons tweede kind werd geboren en ik volgde de hbo-opleiding SPH (nu is dit Social Work). Ik had nooit voor mogelijk gehouden dat ik een hbo-opleiding voor elkaar zou krijgen, maar dit bleek een schot in de roos. Ons derde kind werd geboren, dit was geen belemmering voor mijn studievoortgang.”

Ook binnen het werk werd er veel geïnvesteerd in ontwikkeling door middel van diverse soorten scholing, zoals een autismecursus en videotraining. “Ik deed een tweejarige opleiding leergangcoach. En zo ontwikkelde ik dat ik niet alleen op gevoel werkte, maar ook kon onderbouwen wat ik deed en waarom iets wel of niet werkte. Ik leerde hoe ik anderen hierin kon trainen en heb verschillende trainingen gegeven. Om mijzelf te ontwikkelen schreef ik het boek wat ik zelf miste toen ik in de verstandelijk gehandicaptenzorg begon ‘Gewoon een goede begeleider’.” (Bij uitgeverij Boekenbent te bestellen via deze LINK).

Hoe ben je speltherapeut geworden?

“Ik heb ongeveer 18 jaar met veel plezier bij Amerpoort gewerkt. Ik heb mijzelf doorontwikkeld in verschillende taken en functies met verschillende doelgroepen binnen de verstandelijk gehandicaptenzorg. Vervolgens werd ik onrustig. Ik voelde dat ik niet meer op mijn plek zat. Ik merkte dat ik uitdaging en een juiste balans van taken miste. Maar wat dan wel, dat was mij nog niet duidelijk. Dus ik besloot op zoek te gaan. Want als je blijft zitten waar je zit, komt er ook niks nieuws op je pad. Ik sprak met mijzelf af een veilige plek te verlaten, me in het diepe te gooien. En ook al zou dit tegenvallen, vasthouden aan dat dit de enige manier was om mij verder te ontwikkelen.”

"Ik was nog steeds bezig met mijn zoektocht naar wie ik zou willen worden"

“Dus liet ik mij detacheren bij verschillende organisaties. Bij St. Philadelphiazorg ging ik vervolgens in loondienst, ook daar kwam ik een project tegen waar aardig wat werk aan de winkel was. Ik rolde daarna in de functie van leidinggevende op zeer pittige locaties. Maar ik was nog steeds bezig met mijn zoektocht naar wie ik zou willen worden. Naast de dynamiek van mijn werk had ik besloten een masteropleiding te doen om mijzelf te verrijken. Het werd de opleiding tot speltherapeut aan de CHE. Ik wilde graag weer iets meer bezig zijn met creativiteit en inhoud. Uiteindelijk heb ik, een half jaar na mijn masterdiploma, gesolliciteerd op de functie van speltherapeut bij Triade Vitree en heb ik de baan gekregen. Ook ben ik daarnaast mijn eigen speltherapiepraktijk Verbeeltenis gestart (www.verbeeltenis.nl). In de rol van speltherapeut voel ik me als een vis in het water. Alles wat ik in de jaren hiervoor heb gedaan en meegemaakt, komt nu samen.”

Zou je kunnen omschrijven wat er moeilijk is aan je vak?

“Dat ik met veel schrijnende levensverhalen te maken heb, maar juist die moeilijkheid is aan mij besteed. Ik weet vooraf de antwoorden ook niet, maar we gaan samen op zoek. Het is doorgaans complexe casuïstiek waarin kinderen klem komen te zitten.”

“Vaak zijn het problemen die opstapelen vanuit een voorgaande generatie. Ouders die zelf geen goed voorbeeld hebben gehad. Ik ga ervanuit dat alle ouders het beste voor hun kinderen willen, ook in situaties waarbij er bijvoorbeeld sprake is van misbruik of verwaarlozing. Daarmee zeg ik niet dat ik dit goedkeur, maar het komt ergens vandaan. Als ouders zelf geen voorbeeld hebben gehad van hun eigen ouders, hoe moeten zij dit dan goed doorgeven? Hoe laten zij zien hoe je relaties aangaat en onderhoudt, hoe je er voor de ander kunt zijn?”

"Je kunt een veilige haven zijn, een plek waar een kind even kan bijkomen."

“Deze ouders hebben iets nodig. Lukt het in samenwerking om de cirkel te doorbreken? In veel gevallen niet volledig, maar in sommige wel. De situatie verbeteren lukt tot nu toe altijd. In elk geval kun je voor een kind zelf van betekenis zijn. Je kunt een veilige haven zijn, een plek waar een kind even kan bijkomen. Waar het kind nieuwe vaardigheden leert en waar er samen veel plezier is.”

“De spelbeelden (dat is wat het kind laat zien in spel) kunnen zeer heftig zijn en mij ook echt raken. Een kind dat eerst een lieflijk hartje schildert en vervolgens het hartje overwalst met dikke klodders zwarte verf. Het feit dat het mij raakt, maakt dat ik mijn werk goed kan doen. Ik voel de pijn, de frustratie of het verdriet, maar in andere situaties ook het enthousiasme en de trots. Dit mag er allemaal zijn en waar nodig zet je interventies in, dat komt zeer nauw.”

Wat moet je kunnen om dit werk te doen?

“Om dit werk als speltherapeut te kunnen doen, moet je zelf psychisch gezond zijn. Je moet jezelf goed kunnen lezen en kunnen reflecteren om te weten ‘wat is van mij en wat is van het kind?’ Ook is het van belang dat je kunt kijken naar de kleine dingen, kleine stapjes zetten en in het hier-en-nu zijn. Het is nodig om goed te kunnen afstemmen, de vraag achter de vraag te zien en aan te sluiten bij wat nodig is. Dat is bij iedereen verschillend. En zelfstandig kunnen werken is van belang. We werken niet met een dichtgetimmerd protocol, maar kijken per situatie.”

Wat zou je willen zeggen tegen mensen die nog niet in de zorg werken?

“Ik zou zeggen, trek de stoute schoenen aan, ga ergens een kijkje nemen en ga in gesprek. Als je je leerbaar opstelt en handen uit de mouwen steekt dan kom je al een heel eind. Durf het gewoon, je hoeft het niet in een dag te kunnen!”

www.verbeeltenis.nl

Margreet is werkzaam bij Buurtzorg Nederland als wijkverpleegkundige. Hiervoor heeft ze jaren in een algemeen ziekenhuis gewerkt, voornamelijk op de afdeling chirurgie. Haar passie ligt nu vooral in de palliatieve zorg. Dit is de afgelopen jaren gegroeid, aangezien ze veel palliatieve/terminale zorg heeft verleend. Ze vindt het moeilijk om het onder woorden te brengen, maar de palliatieve zorg is waar ze haar passie in kwijt kan. Sterven is het laatste wat we doen en daarbij zijn om steun te bieden en het iemand comfortabel te mogen maken, is dankbaar en voelt heel fijn.

Waarom verpleegkundige? 

Als klein meisje wist ik al dat ik verpleegkundige wilde worden. Ik speelde altijd ziekenhuisje met mijn poppen. Een verbandje leggen, een arm van een pop halen en want deze was dan gebroken. De droom is nooit meer weggegaan. Voor mensen zorgen vind ik fijn, dit ook al vanaf toen ik klein was. Als klein meisje idealiseerde ik het natuurlijk. Toen ik wat ouder was, kwam Medisch Centrum West op televisie en toen wist ik het helemaal zeker. Ik word verpleegkundige! Dit was dus mijn droom en deze is uitgekomen.

"Het klinkt heel cliché maar de dankbaarheid die ik terug krijg is het mooiste wat er is."

Na de MAVO, ging ik de opleiding MDGO (Middelbaar dienstverlenings- en gezondheidszorg onderwijs) vz/vp volgen. Achteraf bleek de opleiding niet voldoende te zijn om in het ziekenhuis te kunnen werken. Daardoor heb ik ervoor gekozen om de opleiding MBO V als vervolgopleiding in te zetten. Deze periode was erg leerzaam en natuurlijk was niet alles leuk, maar wat ik als klein meisje op een pop deed, deed ik nu in het echt. Dit is was, en is nog steeds, mijn passie. Het klinkt heel cliché maar de dankbaarheid die ik terug krijg is het mooiste wat er is. Ik merk dat ik niet altijd stil sta bij wat mijn werk doet bij mijn cliënten. Een gebroken pols bijvoorbeeld, zorgt voor beperkingen in het dagelijkse handelen. Als ik je dan mag helpen, dan merk ik dat zelfs de kleine dingen het beroep mooi maken.

Zangles voor mij

Ik heb heel veel meegemaakt maar kan niet specifiek benoemen wat het leukste was. Wel weet ik dat elke dag anders is. Elke dag brengt je weer nieuwe mooie ervaringen. Wat ik mij wel altijd blijf herinneren, ik heb werkelijk totaal geen zangtalent. Bij een demente client zong ik altijd christelijk liederen, ze genoot hier enorm van. Wel zei ze altijd: Margreet je zingt zo vals als een kraai, op haar manier ging ze mij zangles geven. Daar zat ik dan als een brave leerling aan haar tafel en kreeg ik even zangles. Het was echt geweldig om te zien dat ze ervan genoot. Ook dan krijg ik een lach op mijn gezicht en denk ik hier doe ik het voor.

Het gaat niet alleen om het verrichten van handelingen voor de cliënten, maar er voor ze zijn is zoveel belangrijker. Als ze niet meer wist dat ik geweest was, gaf ze aan “u zei de glorie” is geweest vanmorgen. Mijn collega’s wisten dan meteen dat ik het was.

Relativeren en verder gaan

Het overlijden van cliënten kunnen er bijvoorbeeld voor zorgen dat ik paar lastige dagen heb. Ik heb dan even tijd nodig om bij te komen. Sommige cliënten heb ik heel lang in zorg gehad en daar heb ik een band mee opgebouwd. Een specifiek moment blijft mij nog altijd goed bij. In mijn begin tijd bij Buurtzorg hadden we rondom kerst zeven terminale cliënten.

"Het contrast was groot, maar ik was er voor de cliënt en naasten."

In de auto, onderweg naar een van de cliënten, was er kerstmuziek op de radio te horen. Aangekomen bij de cliënt verzamelde ik alle moed bij elkaar om vervolgens bij de cliënt naar binnen te stappen. Het contrast was groot, maar ik was er voor de cliënt en naasten. Schakelen tussen dit soort momenten hoort erbij. Als ik dan weer wegging, dan stond de radio weer aan en hoorde ik mezelf zeggen “Fijne kerst!”. Het is altijd schakelen in dit werk. Als je dan zoveel terminale cliënten hebt, is het heel fijn dat we nadien op kantoor met collega’s even samen zijn, even na kletsen en lachen. Dat doet goed en zo laad ik weer op voor de volgende dag.

Blijf jezelf

De veelzijdigheid en intensiteit kan voor de nodige druk zorgen. Ik probeer het daarom makkelijk voor mezelf te houden door dicht bij mezelf te blijven. Ik wil me niet anders voordoen dan wie ik daadwerkelijk ben. Ik heb geleerd om altijd aan te geven als ik ergens tegen aanloop. Ik loop liever even met een collega mee om te zien hoe het moet om de uitdaging vervolgens zelf aan te gaan. In het begin van mijn carrière was dat anders. Ik dacht dat ik er goed aan deed om alles aan te nemen en te zeggen dat ik het wel kon. Alles om mezelf te bewijzen, maar later bleek toch anders. Ik heb geleerd om mijn grenzen te herkennen en aan te geven. Door dicht bij mezelf te blijven, zorg ik ervoor dat mijn werk makkelijker wordt, maar vooral leuk blijft.

De zorg is goed maar moet beter

Ik vind de zorg nog altijd onderbelicht. Heel veel mensen weten niet wat er allemaal bij komt kijken en het is zeker niet alleen de “billen wassen”. Er wordt zorg verleend aan een persoon en niet alleen een gedeelte ervan. Het gaat om cliënt als persoon, dus als geheel. In mijn beleving gaan we daar nog te vaak aan voorbij. Mijn boodschap is dan ook: heb oog voor de mens in de zorg, zowel de cliënt maar ook de zorgprofessional. Helaas zien we van het laatstgenoemde dat veel van hen de zorg hebben verlaten. Oorzaak: te hoge werkdruk en te weinig personeel. Anderzijds zie ik dat de zorgprofessionals oog voor elkaar hebben, we zijn solidair naar elkaar en willen elkaar graag helpen, we waarderen elkaar.

Zorgscholingen

Een aantal jaren geleden heb ik met twee collega’s, met dezelfde passie voor palliatieve zorg, congressen georganiseerd onder de naam Palliatief in Balans. We vonden het belangrijk om de palliatieve zorg meer onder de aandacht te brengen. De vraag was hoog, want we hebben een aantal uitverkochte theater congressen georganiseerd. En daar was ineens corona, alles stond stil… Nu zijn mijn twee collega’s helaas gestopt en ga ik alleen verder onder de naam Zorgscholingen. Dit omdat ik nog niet klaar ben met mijn passie, want er valt nog zoveel te leren en te delen op dit gebied. Naast het aansturen op ontwikkeling in de palliatieve zorg, gaat mijn interesse ook uit naar andere vormen van zorg. Met Zorgscholingen hoop ik meerdere trainingen te verzorgen die zorgprofessionals helpen om beter te worden in hun vakgebied. De uitdaging hierin is groot, maar des te meer voor mij een reden om hiermee aan de slag te gaan. Ik ben ervan overtuigd dat ik de zorgprofessionals op deze manier kan verbinden en dat we samen de zorg nóg meer kunnen verbeteren. Ik had nooit gedacht dat ik dit zou kunnen maar zo zie je maar, de zorg biedt zoveel mogelijkheden en mijn ambitie om de zorg te verbeteren wordt alsmaar groter. Op deze manier probeer ik een steentje bij te dragen.

Ik nodig je graag uit

De zorg is een mooi beroep, elke dag is anders. Je kan zoveel leren en doorgroeien. Er is zoveel mogelijk. Als je iets voor iemand anders wil betekenen dan is de zorg een uitgelezen kans om dit te bewerkstelligen. Ik nodig je uit om een dagje mee te lopen, zodat ik je meer kan vertellen over mijn werk.

Nog altijd kan ik boosheid voelen wanneer iemand lelijk doet over mensen die door de maatschappij worden bestempeld als ‘anders’ (wie is er identiek gelijk aan een ander?) of wanneer blijkt dat zij minder meetellen in de maatschappij. Ik denk ook dat dit één van de redenen is dat ik in de zorg ben gaan werken: ik wil voor degenen opkomen waarvan hun stem niet gehoord wordt.

Gewoon vriendinnen

Vera en Annelies waren vriendinnen met wie ik als jong meisje speelde in de buurt waar ik opgegroeid ben. We deden verstoppertje of tikkertje. Vera kon niet lang rennen, want dan werd ze blauw, dus deden we na vijf minuten iets anders; stoepkrijten of boekjes lezen.

Toen ik een jaar of acht werd en begon te beseffen dat de wereld niet alleen om mij draaide, begon mij op te vallen dat er anders met Vera en Annelies werd omgegaan dan met andere kinderen in de buurt. Een buurtgenootje vertelde me dat zij ‘gek’ waren, ‘mongooltjes’ noemde hij hen. Hij begreep niet waarom ik met hen wilde spelen. Ik kon niet echt uitleggen waarom ik dat wilde en dat wilde ik ook eigenlijk helemaal niet uitleggen. Voor mij waren ze gewoon mijn vriendinnen. Ik weet nog dat ik het verhaal verontwaardigd vertelde tegen mijn moeder toen we ‘s avonds aan tafel zaten. Ik was boos omdat iemand in mijn ogen onaardig had gepraat over mijn vriendinnen.

"Ik probeerde gewoon aan te sluiten en zocht naar manieren om toch met hen te spelen".

Nu, dertig jaar later, denk ik bij het schrijven van dit stuk aan hen terug. Vera en Annelies. 2 meiden van toen 12 jaar, allebei geboren met het syndroom van Down. Ik hield me niet bezig met het feit dat Vera haar hart niet goed werkte, of dat ik soms moeite had met verstaan wat Annelies zei. Ik probeerde gewoon aan te sluiten en zocht naar manieren om toch met hen te kunnen spelen want Vera deelde altijd haar snoep en Annelies kon mij keihard duwen op de schommel. Voor mij als kind boeide het niet wat niet kon, de dingen die wel konden maakten mij blij met hun vriendschap (en de snoepjes natuurlijk ook).

Ik mag werken

Mijn eerste baan, toen ik 16 was, was een vakantiebaan in het verpleeghuis waar mijn moeder avond-, nacht- en weekendhoofd was. Ik werkte op de afdeling somatiek en hielp de bewoners met eten, drinken en maakte de bedden op en de postoelen schoon. Het was in de vakantie nadat ik mijn middelbare schoolexamen had gedaan en vond het zo leuk dat ik de opleiding tot Verzorgende IG ben gaan doen. Dat was een BBL opleiding waarbij ik steeds tien weken werkte en dan twee weken naar school ging. Na deze opleiding ben ik terecht gekomen op de afdeling PG (Psycho Geriatrie), een gesloten afdeling voor mensen met dementie. Hier heb ik een fantastische tijd gehad en veel ervaring opgedaan in het omgaan met gedrag wat soms moeilijk te begrijpen is. Wat ik hier vooral leerde was dat het gedrag van de ander niet over mij gaat, maar vooral iets zegt over hoe de ander zich voelt en de moeite die de ander heeft om dat op een andere manier te uiten.

"Dat was overigens ook het moment dat ik voor het eerst hoorde van de behandelmethode Triple-C".

Omdat de fysieke zorg voor deze doelgroep steeds zwaarder werd en mijn lichaam het niet goed meer aankon, was het tijd om iets anders te zoeken. In eerste instantie met pijn ik mijn hart, ik deed het werk heel graag, maar toen ik bij ASVZ solliciteerde verdween mijn verdriet wat naar de achtergrond. Een informatieavond en een speeddate resulteerden in een sollicitatie. Dat was overigens ook het moment dat ik voor het eerst hoorde van de behandelmethode Triple-C.

Dit lag precies in mijn straatje; het model zet niet de beperking of het gedrag centraal, maar juist de persoon! Zoals ik keek naar Vera en Annelies, gewoon mijn vriendinnen waarmee ik sommige dingen niet maar heel veel dingen wel kon doen, keken zij ook naar het begeleiden van mensen met een beperking. Het behandel- en organisatiemodel Triple-C is gericht op: ‘Het gewone leven ervaren.’ Wanneer mensen in een menselijke omgeving wonen, zullen zij eerder menselijk gedrag laten zien.

ASVZ

In 2011 vervolg ik mijn zorg carrière bij ASVZ. Eerst op een woongroep waar 7 mannen met een ernstig verstandelijke beperking en een intensieve begeleidingsvraag wonen, later op een woongroep waar ook weer 7 mannen woonden. Zij hadden een matig/licht verstandelijke beperking en verstoring in hun seksuele ontwikkeling.

Nu werk ik op een kinderwoongroep waar kinderen tussen de 8 en 13 jaar wonen. Zij hebben allemaal een licht verstandelijke beperking en een intensieve begeleidingsvraag. Die intensieve begeleidingsvraag houdt in dat zij, op het moment dat zij onduidelijkheid of angst ervaren, dit meestal tonen met fysieke of verbale agressie.

Het werken met mensen met een beperking kan heel zwaar zijn. Fysiek, doordat er op de groepen waar ik werk best wel eens een worstelpartij plaatsvindt, maar op emotioneel gebied soms nog zwaarder. Sommige cliënten hebben heel veel meegemaakt. Ze zijn bijvoorbeeld ernstig beschadigd geraakt door allerlei nare ervaringen in hun verleden. Soms zie je deze trauma’s terug in hun gedrag, ze laten dan zien waar ze bang voor zijn. Er zijn momenten waarop ik dat moeilijk te verkroppen vind, ik kan hen niet direct van die angsten afhelpen en dat doet wat met me, het geeft me een machteloos gevoel. Gelukkig heb ik veel lieve collega’s die mij begrijpen en waar ik terecht kan om mijn hart te luchten. Maar nogmaals; de kleine (en soms ook grote) successen die we samen behalen maken het allemaal de moeite waard.

"Het zoeken naar wat hen drijft, waar ze van houden of juist niet".

Een fijne uitdaging aan mijn werk vind ik het zoeken naar de juiste wijze van benadering van de kinderen. Het leren kennen van hun karakters, het zoeken naar wat hen drijft, waar ze van houden of juist niet. De kleine successen die ik met hen samen mag boeken waardoor hun zelfvertrouwen groeit zijn een enorme drijfveer om na een zware dag met veel conflicten weer door te gaan. De activiteiten die ik met de kinderen onderneem en waar ik het meest van geniet zijn vooral de ‘doe’ activiteiten. Wanneer we met z’n allen actief bezig zijn verlagen we het stress hormoon en komt er ruimte voor ontspanning en plezier. Zo neem ik bijvoorbeeld mijn hond weleens mee en laten we haar samen uit!

Wandelen met de hond

Studeren!

Naast mijn werk ben ik ook weer gaan studeren in 2019. Ik ben op dit moment bezig met het derde jaar van de studie Social Work (deeltijd). De verdieping in verschillende stoornissen en psychologie helpen mij anders te kijken naar gedrag en te zoeken naar manieren om ermee om te gaan.

Op dit moment is het, zoals iedereen wel weet, ontzettend druk in de zorg. Zo ook in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Er is voor de cliënten veel onduidelijkheid en onzekerheid met betrekking tot alle maatregelen en het steeds moeten sluiten van scholen en het bijvoorbeeld in quarantaine moeten.

Uitnodiging...

Daarnaast is er (landelijk) een ernstig tekort aan bekwaam personeel. Tegen mensen die twijfelen om in de zorg te gaan werken zou ik willen zeggen; neem eens contact op met een organisatie in je buurt, kijk op de website, vraag of je eens mag komen kijken of wordt bezoek vriend of -vriendin (ook heel belangrijk!). Veel instellingen bieden goede opleidingen aan en als je het mij vraagt, is werken in de zorg het meest mooiste werk dat er is!

Ze is werkzaam als verpleegkundig specialist en vraagt zich af of het jou en mij ook opvalt? Ze is van mening dat het ons allen wordt opgedragen. Op haar beurt zet ze grote vraagtekens bij het spelen van een 'rol' in de media: "Laat haar maar op de achtergrond een bed opmaken en als het even kan ook nog een wit uniform aantrekken". Waarom?

 

Verzoekje

Kunnen we daar mee ophouden? We zijn een zelfstandige, hooggekwalificeerde beroepsgroep die het maar al te graag om een ander laat draaien maar nu is het tijd om duidelijkheid te scheppen. Er word veel te veel over ons gepraat, niet met ons.

 

"Helaas, we kunnen niets meer voor u doen"

 

Ik ben Jennifer Bergkamp en sinds kort mag ik mezelf een hooggekwalificeerde verpleegkundige noemen. En ik heb een specialisme Palliatieve zorg en Zorgtechnologie. Ik kom in beeld nadat je met een arts een "Helaas, wij kunnen niets meer voor u doen"-gesprek gehad hebt of als het niet langer om kwantiteit maar kwaliteit van leven gaat. Ik pak de regie binnen een netwerk van zorgprofessionals die met elkaar zorgdragen voor een waardevol einde. Dat houden coachende gesprekken in met cliënten en hun mantelzorgers, ziekte inzicht, verpleegkundige interventies, verpleegtechnische (risicovolle) handelingen, een analyserende blik en een behoorlijke intelligentie om dit allemaal te kunnen overzien en op tijd in te kunnen grijpen. Daarnaast word ik ingezet als er vragen zijn over verantwoord thuis blijven wonen en hoe dit mogelijk te maken met technologische hulpmiddelen. Van tilliften tot slimme deursloten, van personenalarm tot lichtknopjes met afstandsbediening. Ik heb verstand van de aanvraagprocedures en de vergoedingen middels verzekeringen of WMO.

 

"Een leven lang leren"

 

Ik heb gekozen voor het prachtige vak verpleegkundige omdat ik het machtig vind om mijzelf te blijven uitdagen, het vak is namelijk een keuze tot een leven lang leren; het is mijn verantwoordelijkheid om op de hoogte te blijven van de laatste wetenschappelijke ontwikkelingen die nooit stil blijven staan, echt nooit!

 

Kunst van de zorg, maar wel autodidact!

Een verpleegkundige is een zelfstandige beroepsgroep die niet onder de verantwoordelijkheid valt van een arts en ik werk niet in het wit; dat heeft namelijk enkel een functie in de media en niet in mijn praktijk. Ik heb vijf van mijn collegae, echte vakmensen met passie voor wat ze doen, mogen portretteren. Vanaf 20 februari zullen deze portretten in pastel met hun verhalen te zien zijn in de expositie Helden in de Zorg. Een prachtige expositie volledig in het teken van de zorghelden en hun verhaal met naast mijn portretten ook prachtige foto's van Erik de Rijk van deze mooie vakmensen in actie. En als je dan toch een kijkje komt nemen op de expo; doe dan gelijk mee met de nominatie van je eigen zorgheld en maak kans op een dinercheque voor 4 personen voor zowel jou als jouw genomineerde held!

 

Portretten bezichtigen?

Alle mooie portretten zijn van 18 februari tot en met 3 april 2022 te zien in de expositie HELDEN IN DE ZORG bij KCA in het oude Raadhuis, Dorpstraat 9 te Aalsmeer. Op vrijdagen, zaterdagen en zondagen tussen 14:00 en 17:00 uur ben je van harte welkom om te bezichtigen.

 

Emanuel

Voor de patiënt een spannend moment: net voor of na een operatie, voor mij is het mijn dagelijks werk. Op de recovery zien we patiënten in alle leeftijdscategorieën en van verschillende specialismen. Ik ben in 2011 begonnen in het Martini Ziekenhuis in Groningen en in 2015 als leerling recovery verpleegkundige. Tijdens de opleiding leer je alles over pré- en postoperatieve zorg, bijvoorbeeld welke risico’s verschillende anesthesietechnieken met zich mee brengen en hoe je moet handelen als zich een ongewenste situatie voordoet.

 

Een dagdienst op de recovery

’s Ochtends beginnen we de dienst met een dagstart. We bespreken de planning en bijzonderheden van die dag. Vervolgens heeft elke recovery verpleegkundige de verantwoordelijkheid over maximaal drie patiënten. Aan het begin van mijn dienst weet ik niet welke patiënten ik na hun operatie zal opvangen. Voor de opvang van (acute) patiënten is wereldwijd een methodiek afgesproken, de ABCDE-methodiek. Deze methode gebruiken wij ook bij de opvang van onze  patiënten. Het zorgt ervoor dat je de patiënt in de meest veilige volgorde ‘in kaart brengt’. Hierin maak ik natuurlijk ook gebruik van mijn opgedane  kennis en ervaring. Als ik alle nodige informatie heb verzameld maak ik een risicoanalyse: welke problemen kan ik nog verwachten en wat onderneem ik als deze problemen zich voordoen? Zo ben ik voorbereid op een acute situatie. Het is in onze setting van belang om snel te kunnen schakelen en handelen. De situatie van een patiënt kan immers plotseling veranderen, bijvoorbeeld door een nabloeding. Ik moet dan prioriteiten kunnen stellen, handelen en delegeren aan collega’s zodat de patiënt opnieuw stabiel kan worden.

 

Communicatie met collega's en patiënten

Voor communicatie met de anesthesioloog en chirurg hanteren we de SBAR-methodiek, waardoor ik kort en duidelijk de situatie van de patiënt én mijn vraag kan overbrengen.

Natuurlijk bestaat mijn werk niet alleen uit acute situaties. Ik maak een praatje met de patiënt, luister naar zijn/haar verhaal, informeer naar de pijnstatus en geef zo nodig pijnstilling, zorg dat de patiënt lekker in bed ligt en zich comfortabel voelt, meet een bloedsuiker of zorg voor een waterijsje. De zo belangrijke ‘kleine dingen’. Als de meest urgente risico’s uit mijn risicoanalyse zijn afgenomen en de overgebleven risico’s beheersbaar zijn voor de verpleegafdeling, dan mag de patiënt weer terug naar zijn/haar kamer.  Binnen het zorgproces van deze patiënt, zit mijn taak er nu op. 

 

 

"De anesthesiologen en chirurgen zijn laagdrempelig benaderbaar, wat de samenwerking prettig maakt."

 

 

In het Martini Ziekenhuis is er sprake van een je en jij aanspreekcultuur waardoor er een gemoedelijke sfeer heerst. Aan het einde van de dagdienst houden we een dagevaluatie. Hierin bespreken we het verloop van de dag. Wat ging goed en wat kan beter? Ons team bestaat zowel uit mannen als vrouwen van verschillende leeftijden. Er is veel kennis en ervaring aanwezig bij de oudere collega’s en de jongere collega’s geven weer nieuwe inzichten uit bijvoorbeeld de opleiding.

 

Corona

Sinds de komst van Corona in maart 2020 werden er minder patiënten geopereerd. Het aantal opnames van patiënten met Corona nam snel toe, zowel op de verpleegafdelingen als uiteindelijk op de Intensieve Care. Al snel bleek de vraag naar IC bedden dusdanig groot, dat er een nood IC werd ingericht bij ons op de recovery. Hier werden positief geteste Corona patiënten opgenomen en ook ons team werd voor deze zorg ingezet. Ik wist niet mij te wachten stond bij deze patiëntencategorie. Ik werd uit mijn comfortzone gehaald. Natuurlijk hebben een IC verpleegkundige en recovery verpleegkundige raakvlakken binnen het werkveld, maar toch zeker ook verschillen. Gelukkig werd er goed op geanticipeerd: er werden scholingen ontwikkeld ter voorbereiding op het werken op de Corona Intensive Care. Ik vond het fijn om wat betreft kennis en kunde goed voorbereid te zijn. Met collegae van de anesthesie, operatieassistenten en verpleegkundigen vanuit de kliniek hebben we uiteindelijk de Intensive Care ondersteund. Ik heb het werken op de Intensive Care als intensief maar leerzaam ervaren. Het heeft veel indruk op mij gemaakt.  Zo werden overgeplaatste patiënten van buiten de regioin de loop van de tijd bijvoorbeeld wakker in Groningen, soms angstig en zonder familie om zich heen. Dat wens je niemand toe. Maar ook daar werd weer het beste van gemaakt: zo ontvingen we van de familie foto’s die we bij het bed van de patiënt konden hangen. Daarnaast belden onze collega’s van de Intensive Care regelmatig via face-time met familieleden van deze patiënten.

Nog steeds vergt het flexibiliteit van ons team recovery verpleegkundigen maar ook van onze collega’s op de Intensive Care. Samen hebben we onze weg gevonden in deze nieuwe setting. Het motto van het Martini Ziekenhuis “Samen voor de beste zorg” heb ik in deze hectische periode ervaren. Je ziet waar je binnen een kort tijdsbestek samen toe in staat bent!

Waardering is net als de wind. Je ziet het niet, maar je voelt het wel. Wind geeft net als waardering energie. Waardering is zo belangrijk. Wanneer je vanaf de start wordt gewaardeerd, gewoon omdat je bestaat of omdat je iets goed doet, dat geeft je vleugels, toch? Waardering geeft jou het gevoel dat wat je doet wordt gezien. Gezien worden en waardering krijgen voor wat je doet of wie je bent, komt vanuit oprechte interesse in de ander als mens.

Ik ben Sara Woudenberg, interimmanager in de zorg en podcast-host van Mens in de Zorg, en ik waardeer de zorg. Toen ik jong was, wist ik niet dat ik mijn werkende leven in de zorg zou doorbrengen. Zoals veel meisjes van 18 werkte ik achter de kassa van een supermarkt naast een studie communicatie aan een Rotterdamse hogeschool. Ik verdiende geld om mijn rijbewijs te halen en verder had ik geen doel. Maar mijn studie communicatie was mij te breed en tot groot afgrijzen van mijn ouders ben ik gestopt om “een sabbatical” te nemen. Ik beloofde plechtig om een jaar te nemen om “erachter te komen wat ik dan wel ging studeren”.

''Het maatschappelijk nuttig willen zijn was mij met de paplepel in gegoten''

Het maatschappelijk nuttig willen zijn was mij met de paplepel in gegoten en daarom had ik bedacht om dat tussenjaar te gaan werken in een verpleeghuis. Daar heb ik verder niet lang over nagedacht, want het voelde logisch om te doen. Zodoende ben ik in het dichtstbijzijnde verpleeghuis gaan werken. Daar gebeurde het, ik werd met open armen ontvangen en dat ik er was, werd zo gewaardeerd. Ik wist het meteen. Ik ben waar ik moet zijn. Ik besefte mij dat mijn aanwezigheid ertoe deed en ik ging daardoor nog meer mijn best doen om te leren om goede zorg te geven. Ik heb in dat verpleeghuis geleerd dat ik in “de zorg” op mijn plek ben. Mijn ouders (en ik) hadden dit in elk geval nooit verwacht. Hoewel mijn moeder nu (19 jaar later) zegt, dat het er altijd in heeft gezeten.

Dus nu ben ik hier, in de zorg. Begonnen als leerling verzorgende IG en nu interimmanager in de zorg. Ik heb samen met mijn compagnon een podcast over mensen in de zorg en we hebben nog zoveel meer plannen voor de toekomst. Want ik denk dat er nog zoveel meer kan in de zorg. En dat begint met waardering voor de zorg en in de zorg.

In de kleinste dingen zit dat al; de glimlach van een vrouw als je even de tijd hebt genomen om de nagels te knippen, de knipoog van een man als je met hem samen een krantje leest, dat knijpje in de hand om je patiënt te bemoedigen vlak voor een spannend onderzoek, dat lieve appje van je collega na een pittige dienst.

Laten we vaker en meer waarderen wat we doen en de energie verspreiden zodat er in de toekomst voldoende mensen in de zorg werken voor jou en mij.

Ik ben Anouk, 24 jaar en sinds kort getrouwd met Quint. Ik ben in 2020 afgestudeerd aan de Universiteit Leiden, master Forensische Gezinspedagogiek.

Wat wil ik later worden?

Ik wist vroeger niet goed wat ik later wilde worden. Toen het moment naderde waarop ik een studiekeuze moest maken, wist ik dan ook niet waar ik moest beginnen met zoeken. Wel bleek al snel dat mijn keuzes richting een zorg gerelateerde studie neigden. Uiteindelijk is dat de studie Pedagogische Wetenschappen geworden en daarna de master Forensische Gezinspedagogiek. Mijn hele studie vond ik interessant en ik heb gedurende mijn vier studiejaren dan ook geen enkele toets hoeven te herkansen. Ik ben met een acht gemiddeld afgestudeerd, maar wat kun je dan eigenlijk in de praktijk? Die vraag heeft heel wat keren door mijn hoofd gespookt.

''Pas toen ik eenmaal begonnen was, realiseerde ik me hoe groot de uitdaging daadwerkelijk was.''

Stage

Om daar achter te komen wilde ik graag stage lopen. Tijdens de laatste zes maanden van mijn studie kwam dan eindelijk dat moment. Ik heb gesolliciteerd bij de JeugdzorgPlus-instelling Horizon Antonius. Tijdens mijn sollicitatiegesprek voelde ik mij onzeker, omdat ik de vragen niet direct kon beantwoorden vanuit de theorie. Dezelfde dag nog kreeg ik het verlossende telefoontje: 'We denken dat het wel een uitdaging voor je gaat worden, maar we willen je hier graag in helpen'. Yes! Pas toen ik eenmaal begonnen was, realiseerde ik me hoe groot de uitdaging daadwerkelijk was. Werken met jongeren tussen de 12 en 18 jaar met ernstige gedragsproblemen die middels een gesloten machtiging uit huis zijn geplaatst, dat was heel wat anders dan het typen van verslagen en scripties in mijn vertrouwde studentenkamer.

Al snel ging ik op zoek naar de koppeling tussen de theorie vanuit mijn studie en de praktijk bij Antonius. Ik merkte dat er veel vergelijkingen waren. Het belang van het gezinssysteem, de motivatie van het kind, de continuïteit van de zorg, dit zijn allemaal theoretisch onderbouwde belangen die worden uitgelicht bij Antonius. Een voorbeeld: Het is uit onderzoek gebleken dat je met een positieve benadering vaak meer bereikt dan wanneer je alleen de zorgen en problemen bespreekt. Bij Antonius werken we met krachtenpresentaties, waarbij jongeren en ouders hun eigen krachten aan elkaar mogen gaan presenteren, waardoor ze de positieve kanten van hun gezin benadrukken.

Jouwzorg

De methodiek van onze locatie, JouwZorg, is gebaseerd op wetenschappelijke onderzoeken en is erg vooruitstrevend. We streven naar een kortere verblijfsduur in de gesloten jeugdzorg. Kinderen, jongeren en ouders (ambulant) ondersteunen in de thuissetting, bij pleegouders, in gezinshuizen of bij gespecialiseerde jeugdzorgorganisaties is de wens. Als landelijke pilot staat er een grote druk op onze locatie, ons functioneren en onze prestaties. Corona heeft daar weer een hele nieuwe dimensie aan gegeven, onder andere omdat jongeren moeilijk bijbaantjes konden vinden en omdat ze minder met familie en vrienden konden afspreken. Toch hebben we voor die jongeren gezocht naar praktisch haalbare en creatieve oplossingen, bijvoorbeeld door zelf werkzaamheden te creëren op onze locatie en door meer te netwerken via LinkedIn. 

''Ik moet met veel dingen rekening houden: de wensen en behoeften van de jongeren en hun ouders en de expertise van de hulpverleners.''

Na mijn stage

Na mijn stage ben ik aangenomen als trajectbegeleider bij Antonius. Ik begeleid het traject van de jongeren vanaf het moment dat ze bij ons instromen tot wanneer ze weggaan. Ik moet met veel dingen rekening houden: de wensen en behoeften van de jongeren en hun ouders en de expertise van de hulpverleners. Het gaat hierbij over zorg, onderwijs, het netwerk, hobby's en bijbaantjes. In de praktijk kan dat soms moeilijk zijn. Wat we in theorie soms voor een gezin willen, kan een uitdaging zijn om in de praktijk uit te voeren. Omdat het niet meer gaat over theoretische en abstracte casussen, maar over jongeren en gezinnen die ik ontmoet, ben ik nog meer gedreven om het best passende traject vorm te geven.

Waar ik nu sta

Inmiddels ben ik bijna een half jaar werkzaam als trajectbegeleider, heb ik een nieuwe collega ingewerkt, ben ik bezig met bijscholing, intervisie en een werkervaringsplek. Ik ben trots om deel uit te mogen maken van de transitie in de jeugdzorg en blij om aan deze uitdaging te zijn begonnen.

Toen ik 15 was wist ik het zeker: ik wil kinderen helpen; ik wil iets doen waarin ik écht van betekenis kan zijn. Abrupt besloot ik met HAVO te stoppen, want wat heb ik met dat doel aan Aardrijkskunde en Geschiedenis, dacht ik? Leraren vroegen me of ik het wel zeker wist, dat ik MBO ging doen, want je bent goed bezig op de HAVO en een diploma is belangrijk? Maar ik wist het zeker en ging mijn doel achterna. Tijdens het MBO liep ik stage op een groep waar kinderen woonden, die uit huis geplaatst  waren door het toenmalige Bureau Jeugdzorg. Geweldige stageplek. Ik kon hier veel leren over mezelf en vooral mijn hart kwijt bij deze kinderen. Die het recht niet hebben gekregen, waar alle kinderen wél recht op hebben: warmte, liefde, vertrouwen en veiligheid. 

''Als kind wist ik wat onrecht was. Als volwassene weet ik waar onrecht vandaan komt en als professional ken ik beide''.

Mijn verhaal

Toen ik afstudeerde gebruikte ik een liedje van Matthijn Buwalda, waarmee ik mijn droom verwoordde en dan vooral: “Ik sta liever ergens voor, dan overal maar steeds voor weg te rennen. Als er nog vuur in je zit, laat het branden!” Deze tekst raakt(e) me, omdat ik dat ‘vuur’ zo belangrijk vind: je passie, je drive! De reden van waarom je doet wat je doet. En ik word heel blij van doen met mijn hart. Mijn vuur was toen en ís nu: het kind en onrecht. Als kind wist ik wat onrecht was. Als volwassene weet ik waar onrecht vandaan komt en als professional ken ik beide. En dat is Jannie. En dat is waar het wat mij betreft om gaat: als jeugdbeschermer jezelf zijn. 

Hoe ben je dan jezelf? Daarvoor moet je jezelf kennen. Eerlijk gezegd vond ik die oneindige reflecties in de studies niet zo erg. Ik geniet erg van coaching, intervisie en supervisie. Het is écht nodig jezelf te kennen voor dit werk. ‘Je bent je eigen instrument’ heb je waarschijnlijk al 1000x gehoord en niks is minder waar.

Terug naar 2017, toen ik startte bij SAVE Jeugdbescherming. Voor mijn gevoel klopte het ineens allemaal. Hier kon ik mijn krachten inzetten in mijn werk. Namelijk, ik luister graag naar anderen, neem graag de leiding, houd gemakkelijk overzicht, ben nieuwsgierig, kan goed verwoorden wat ik vind, kom krachtig over, houd gemakkelijk het doel voor ogen, kan goed aansluiten bij anderen en heb een visie op wat een kind nodig heeft. Wat ik moe(s)t leren? Mógen leren, fouten mogen maken, want die maak je. Mijn beeld bijstellen van elk kind moet perfect opgroeien, naar, elk kind moet goed genoeg opgroeien. Ook moet ik leren om soms even niks te zeggen. 

Jeugdzorg

Onlangs ging het in het nieuws over het babymeisje, die gevonden werd in een vuilcontainer in Amsterdam. Een vreselijk drama wat iedereen raakt en wat voor veel mensen het enige beeld is van jeugdzorg. Het is echter veel en veel meer. Dit babymeisje raakt ons, omdat een baby aandacht en liefde verdient, in plaats van als vuil weggegooid worden. Ze huilde. Wat mij elke dag raakt zijn kinderen die niet gehoord of gezien worden als ze huilen. 

''Wat mij op mijn eerste dag raakte was dat ik wist: dit werk wil ik doen.''

Wat mij gisteren heeft geraakt...

Was een meisje dat huilt, omdat ze van papa niet naar mama mag. Omdat papa en mama niet tot een gezamenlijke afspraak komen sinds ze uit elkaar zijn. Wat mij eergisteren nieuwsgierig maakte was een melding van een school, dat aangaf dat een meisje van 5 jaar alleen maar piemels tekent. Wat mij vorige week raakte was een huilende ouder aan de telefoon, die me vraagt ‘Maar wat moet ik dan doen, Jannie, als mijn kind zegt dat ze geslagen wordt door haar vader?’ Wat mij twee weken geleden gezonde spanning gaf, was mijn rol in de Rechtbank waar de Kinderrechter mij vroeg: ‘En wat vindt u mevrouw Meijer?’ nadat ouders hun woord konden doen wat mijlenver uit elkaar lag. Wat mij vorige maand raakte was de alcoholistische moeder, die ik bij een huisbezoek aantrof in de gang in haar eigen urine, vragend aan haar dochter de urine op te ruimen. Wat mij een half jaar geleden bezig hield, was of ik een pubermeisje wel of niet gesloten moest plaatsen voor haar eigen veiligheid, wegens vermoeden van afhankelijkheidsrelaties, wetend dat een gesloten plaatsing een trauma op zich is. Wat me een jaar geleden liet genieten, was een meisje van 8 jaar, waarmee ik naar de kringloop liep om een knuffel te kopen voor haar verzameling, waarna we verder kletsten over hoe het nu thuis ging. Wat me twee jaar geleden frustreerde, was het zoveelste telefoontje van een advocaat, die mij vertelde dat ik mijn werk niet goed deed in het belang van zijn cliënt, namelijk een moeder die meer omgang zou moeten hebben met haar zoon dan ze op dat moment had. Wat me drie jaar geleden dankbaar maakte, was de fles kinderchampagne, die ik kreeg bij het afsluiten van een betrokkenheid, waarbij alcohol de deur uit moest en ouders dit gelukt was. Wat mij op mijn eerste dag raakte was dat ik wist: dit werk wil ik doen. 

Het belangrijkst

Een organisatie als SAVE Jeugdbescherming maakt veel veranderingen en onzekerheden door. We liggen onder het vergrootglas van Inspecties, media en politiek. Collega’s komen en gaan. Methodieken en werkwijzen veranderen. Daarin is het belangrijk, dat je weet waar je alles voor doet en dat je het doel voor ogen houdt. Namelijk: het kind. 

Het kind is de toekomst. Als het een kind lukt een volwassene te vertrouwen, zal het een gezonder zelfvertrouwen ontwikkelen en daaruit beter in staat zijn te leren en gezonde relaties aan te gaan. Ik geloof in de waarde van de bemoeienis van een jeugdbeschermer, die staat naast het kind en de opvoeder.


Jannie Meijer
Jeugdbeschermer
SAVE Jeugdbescherming

Toen mij werd gevraagd of ik mijn verhaal wilde delen dacht ik, waarom ik? Zo bijzonder is mijn verhaal niet, tenminste dat vind ik dan. Ik voel me wel erg vereerd om mijn verhaal te mogen delen en hoop ook anderen hiermee te inspireren.

Ik ben Jessica Lisman, 46 jaar en alleenstaande moeder van 2 kinderen; Merel van 21 jaar en Mees van 18 jaar. Ik werk al 20 jaar als croupier bij Holland Casino in Utrecht en heb het daar nog altijd erg naar mijn zin. Ik probeer gasten een leuke en gezellige avond te bezorgen en als zij dat hebben, heb ik dat ook. Ik had ook al enig tijd het gevoel dat ik iets meer voor een ander wilde betekenen in de vorm van zorgen voor anderen, anders dan zorgen voor de gasten in het casino.

''In 2014 werd mijn moeder ongeneeslijk ziek''

In 2014 werd mijn moeder ongeneeslijk ziek, ze had uitgezaaide borstkanker. Wij waren in shock want mijn moeder was pas 59 jaar en had 12 jaar daarvoor borstkanker gehad. Daarmee waren we in de veronderstelling dat na 12 jaar de kanker wel weg zou zijn. Nu bleek ze uitzaaiingen te hebben in haar longvlies. De vooruitzichten waren dat ze misschien nog wel wat jaren zou kunnen leven als de medicijnen en de chemokuren zouden aanslaan, maar hoe lang? Dat konden de artsen niet aangeven. Hierdoor kwamen we vaak in het ziekenhuis en zag ik hoe het personeel met heel veel respect de zorg leverden aan mijn moeder. Ik zag toewijding, liefde en passie voor de patiënten. Ik was onder de indruk.

Dit wilde ik ook.

Maar wat wilde ik dan precies? En wat was nog mogelijk? Vroeger als jong meisje wilde ik eigenlijk verpleegkundige worden. Ik heb drie neven op de ambulancedienst werken, dus misschien is het een familie dingetje om in de zorg te willen werken. Mijn nicht werkt als doktersassistente en vroeg mij of ik een dagje mee wilde lopen? En dat heb ik gedaan en ik kwam erachter dat ik daarin ook nog wel de zorg kon vinden die ik bedoelde.

Dokterassistente
Vervolgens ben ik in 2015 aan de opleiding doktersassistente begonnen, een 1-jarige mbo opleiding. Wat een druk jaar was dit. Ik zat elke donderdag de hele dag op school, moest huiswerk maken, liep twee dagen stage in een dokterspraktijk en moest ook nog twee a drie nachten per week in het casino werken. Daarbij kwamen ook nog mijn twee kinderen en mijn zieke moeder bij wie ik veel wilde zijn, zodra dat kon. Gelukkig hielpen mijn ouders met de kinderen als ik moest werken dus op deze manier zag ik mijn moeder ook nog vaak. Het was een zwaar jaar en ik weet ook niet hoe ik het allemaal gedaan en gered heb, maar ik haalde mijn diploma doktersassistente.

In de periode dat ik bezig was met mijn opleiding werd het Prinses Maxima centrum gebouwd, een ziekenhuis voor kinderen die kanker hebben. Ik wist al vrij snel dat ik daar graag wilde werken. Ik bleef ondertussen bij de dokterspraktijk in Utrecht op oproepbasis werken, vooral om ervaring op te doen en werkte ook nog gewoon in het casino. Ik merkte dat die combinatie van werken mij het meeste plezier bracht.

Ondertussen werd mijn moeder steeds zieker en had ik gelukkig wel weer wat meer tijd om met haar dingen te doen of gewoon even een bakje koffie bij haar te drinken. We hebben ook nog een mooie reis met de hele familie naar Zuid-Afrika gemaakt, waar mijn zus woont. Helaas heeft mijn moeder de strijd met de kanker niet gewonnen en is ze na 4 jaar ziek te zijn geweest op 64-jarige leeftijd op 14 juli 2017 overleden. Ik ben blij en dankbaar dat ze niet veel pijn tijdens haar ziekte heeft gehad en dat we haar de laatste 10 dagen thuis met elkaar hebben kunnen verzorgen en ook in ons midden is gestorven.

''Zo werd ik ambassadeur voor Pink Ribbon''

Pink Ribbon

Hardlopen doe ik graag in mijn vrije tijd. Zo liep ik altijd in de zomer de lady's run in Utrecht of Rotterdam, na deze loop bracht ik altijd de medailles naar mijn moeder, toen dat in 2018 niet meer kon stond mijn vader aan de finish om deze nu in ontvangst te nemen. De run wordt door Pink Ribbon georganiseerd en de opbrengst gaat ook naar Pink Ribbon. Hier kwam ik in contact met deze organisatie en vertelde ik mijn verhaal over mijn moeder en ook dat ik wel eens iets voor hun wilde doen. Zo werd ik ambassadeur voor Pink Ribbon. Zo sta ik in de stand van Pink Ribbon om spulletjes te verkopen om geld in te zamelen, of ga ik op pad om een check van een donateur in ontvangst te nemen. Ik vind het fijn om mezelf voor dit doel in te zetten, omdat het dicht bij mij staat en ik het een goede zaak vind om borstkanker de aandacht te blijven geven en omdat dit zoveel vrouwen treft. Helaas zijn dit soort evenementen en inzamelingsacties nu stil gelegd dankzij corona, maar ik hoop snel weer wat meer te kunnen betekenen voor dit doel.

Mijn verhaal gaat nog verder, ik was nog steeds niet op mijn plek qua werken in de zorg. Ik bleef in de gaten houden of er nog vacatures in het Prinses Maxima Centrum waren. Toen ik op een dag de vacature zag dat ze een doktersassistente zochten heb ik meteen gesolliciteerd en werd ik aangenomen! Dromen en doelen kunnen dus bereikt worden. Het ziekenhuis heeft 1 missie: Ieder kind met kanker genezen met optimale kwaliteit van
leven!

''Als doktersassistente op de afdeling ben je een belangrijke factor voor de ouders, kindjes, verpleegkundige, dokters, en bezoekers''


Ik werk op de hematologie afdeling. Dat is een afdeling waar de kinderen worden behandeld voor bloedkanker (leukemie), stofwisseling ziekten en lymfeklierkanker. Er is ook een stamceltransplantatie afdeling. Ik vind het heel mooi en ben er trots op dat ik deel uit maak van het team om ouders en patiëntjes in dit proces te ondersteunen, te helpen met soms kleine dingen zoals het regelen van de juiste papieren of een luisterend oor voor ouders. Het regelen van een patatje of pannenkoek als een kindje een keer niet zo misselijk is van een chemo en dan net daar zin in heeft behoort ook tot de mogelijkheden. Als doktersassistente op de afdeling ben je een belangrijke factor voor de ouders, kindjes, verpleegkundige, dokters en bezoekers. Nog steeds werk ik bij beide organisaties en vind ik de afwisseling heel erg fijn ondanks de verschillen. Ik voel me heel gelukkig hierdoor.

Huidige functie in corona tijd

Op dit moment is het casino dicht door corona, nu al 3,5 maanden weer. Op een zeker moment kwam er een vacature van de GGD voorbij en heb ik me aangemeld voor het vaccinatie programma. Nu mag ik tijdelijk twee dagen per week mensen vaccineren. Ik hoop hiermee bij te kunnen dragen aan een veilige en gezonde maatschappij om zo snel mogelijk deze rare tijd weer “normaal” te krijgen.

''Sinds corona in ons land is, is er een onderscheid gekomen in beroepen''

Essentiële en niet essentiële beroepen

Sinds corona in ons land is, is er een onderscheid gekomen in beroepen. Namelijk essentiële en niet-essentiële beroepen. Voor iedereen is duidelijk dat een ambulancebroeder, politieagent of huisarts essentieel is. En natuurlijk is het belangrijk dat de vakken in de supermarkten gevuld blijven en dat de treinen worden bestuurd, zodat de essentiële mensen naar hun essentiële beroepen kunnen reizen.

Ook mijn beroep valt in de categorie essentieel. Dat betekent dat ik soms nog naar kantoor kan, met meer dan twee mensen op bezoek mag komen (in functie dan natuurlijk) en een werkgeversverklaring heb om mij tijdens de avondklok buiten te mogen ophouden.

Mensencontact: moeilijk te vermijden in een sector vol met socialiteit.

Mijn naam is Susanne Meier en ik werk in de jeugdzorg als jeugdbeschermer bij Samen Veilig Midden-Nederland. Werken met mensen dus. Dat werkt het beste als je deze mensen kunt zien en spreken, echt ervaren hoe zij onderling met elkaar omgaan. Werken met mensen in de breedste zin van het woord. Mijn cliënten zijn natuurlijk mensen, maar om hen de meest passende zorg te kunnen bieden, moet ik veel overleggen met andere mensen. Die daar weer verstand van hebben. Wekelijks zijn er vergaderingen met het team, de locatie, een werkgroep of de maatjes. Ook allemaal mensen. Ten slotte worden wij als jeugdbeschermers ook met enige regelmaat verwacht op de rechtbank, met, je raadt het al, ook allemaal mensen. En laat menselijk contact nu hetgeen zijn wat zo gevaarlijk is in deze tijd, omdat het coronavirus zich tijdens dit contact vrij voelt om over te springen. Met alle gevolgen van dien.

Ontwikkelingsbedreiging

Als jeugdbeschermer kom je in een gezin als er sprake is van een zogeheten ontwikkelingsbedreiging. Dat kan zijn omdat kinderen worden mishandeld, of als er sprake is van een ingewikkelde scheiding. Er zijn zaken waarin ouders kampen met psychische problemen en hierdoor niet voldoende veiligheid kunnen bieden. Er zijn jongeren die op het verkeerde pad raken door verschillende oorzaken, of kinderen/jongeren met eigen problematiek waardoor thuis blijven wonen lastig is. Natuurlijk zijn de zaken veel complexer dan hier beschreven... deze opsomming doet onze cliënten geen eer aan. Maar het laat wel zien dat wij inspringen in een, al dan niet chronische, crisis. Dat betekent dat het menselijk contact soms beladen of ingewikkeld is. Dit maakt het juist zo belangrijk om op een menselijk niveau contact te kunnen maken, omdat hierin de verbinding ontstaat die samenwerken mogelijk maakt.

''Ruzies zijn ook vreemd digitaal''

Een (tegennatuurlijk) digitale werkomgeving

Sinds corona is mijn werk wel wat ingewikkelder geworden. Nu menselijk contact zoveel mogelijk wordt afgeraden, zijn we afhankelijk van Teams, ZieJeWel en Zoom. Oftewel digitaal overleggen. Inmiddels heb ik de handigheden hierin wel ontdekt en lukt het negen van de tien keer om iedereen aan de digitale tafel te krijgen. Maar eerlijk is eerlijk, behelpen is het ook. De zo belangrijke interactie ontbreekt. Je ziet mensen wel, maar kunt ze niet in de ogen kijken. Hierdoor missen de gesprekken echte diepte. Het is lastig te zien wanneer iemand is uitgesproken en ook als iemand emotioneel wordt, dat is gek om op een scherm te zien. Ruzies zijn ook vreemd digitaal, omdat er tegen een scherm wordt geschreeuwd en structuur bewaren in een ingewikkeld gesprek met hoog oplopende emoties ook lastig is via een laptop.

''Spontane reacties worden eigenlijk onmogelijk gemaakt, omdat je tijdens het verhaal van een ander op ‘mute’ moet staan''

Ook met collega’s lopen we hier tegen aan. Hoewel onze vergaderingen een stuk efficiënter en dus sneller verlopen, mist er iets. De gezellige kletspraatjes en grapjes die gemaakt werden tijdens de live vergadering. De koekjes die soms meegenomen worden en de kleine roddels die het delen eigenlijk niet waard zijn en dus digitaal ook niet gedeeld worden. Spontane reacties worden eigenlijk onmogelijk gemaakt, omdat je tijdens het verhaal van een ander op ‘mute’ moet staan. Als je dan eens spontaan reageert, hoort niemand je omdat je geluid nog uit staat.

Wat iets minder ingewikkeld, maar wel vreemd en ongemakkelijk is, zijn de gesprekken die nog wel op kantoor of elders mogen plaatsvinden. Iedereen met een mondkapje op een kamer in (wel opletten dat het er niet meer zijn dan toegestaan). Mondkapje af en in gesprek, terwijl we elkaar aankijken door een ingenieus opgehangen kuchscherm. Mij doet het altijd denken aan een Amerikaanse gevangenis, waar het bezoek en de gevangene ook door een scherm van elkaar gescheiden zijn.

Maar ondanks de bovenstaande beperkingen mag ik eigenlijk niet klagen. Want de essentie van mijn werk gaat gewoon door; contact met mensen. Ik merk dat alles went en dat we met z’n allen flexibeler zijn dan we denken. Als ik mezelf vergelijk met mensen die bijvoorbeeld al een jaar niet meer op hun werk zijn geweest, prijs ik mezelf gelukkig met mijn wekelijkse kantoordag. Of als ik denk aan de mensen die in de frontlinie van de zorg staan, ben ik blij met alle digitale middelen die het werk mogelijk maken zonder steeds bloot te staan aan besmetting.  

Cliënten ervaren het zwaarder

Daarnaast ben ik ook van mening dat deze manier van werken specifiek en de corona-crisis in het algemeen voor onze cliënten veel zwaarder is dan voor ons. Zij hebben te maken met een jeugdbeschermer die in hun leven grijpt, maar die zij alleen in het echt zien als het ‘noodzakelijk’ is. Dat betekent in de praktijk als er gedoe, crisis of plat gezegd ‘stront aan de knikker' is. Niet fijn. Ook hebben zij soms te maken met ingewikkelde omgangsregelingen met hun kinderen vanwege aangescherpte maatregelen. Ook zijn er jongeren die op een groep wonen waarbij bezoek ontvangen en op verlof gaan ineens ingewikkeld is vanwege besmettingsgevaar. Maar ook zij slaan zich er doorheen, met elkaar komen we deze crisis wel door.

Hopen op...

Ik denk wel dat een ieder blij zal zijn, als de jeugdbeschermer weer lekker vaak kan langskomen, ook als er niets ernstigs aan de hand is. We weer overleggen kunnen hebben met meer mensen dan eigenlijk in een ruimte passen en dan verzuchten ‘het wordt wel erg knus zo’. We zonder mondkapjes bij elkaar in de auto kunnen en omgangs- en bezoekregelingen weer afhankelijk zijn van de situatie in een gezin en niet van het aantal snottebellen of kuchjes van betrokkenen. Ook is het fijn om weer gewoon verkouden te kunnen werken en niet met een grote boog om je collega’s te hoeven heen lopen als je ze in de gang tegenkomt. Kortom, tijd voor een coronatijd waarin we waarderen wat we hadden en het nieuwe normaal weer speciaal wordt.

Hét platform voor iedereen met een hart voor de zorg. Hier zien we het werk van de zorgprofessional, nodigen we ertoe uit en leren we van elkaar. Van zorgverhalen tot persoonlijke ontwikkeling, het komt allemaal aan bod. Wij bouwen aan de toekomst van de zorg.
Contact
info@ikwaardeerdezorg.nl
06 4045 7950

Copyright © 2021 Ik waardeer de zorg