"Jarenlang op eenzelfde groep werken. Er zijn mensen die daartoe in staat zijn, maar ik kan dat niet. Er moet voor mij ergens wat reuring zijn. Er moet iets te overpeinzen en te ontwikkelen zijn. Ik ben op veel plekken in de zorg geweest en ik zie veel mogelijkheden. Ik kom altijd iets brengen – mijn kennis en inzet, en iets halen – wat ik kan leren van anderen en waarin ik mijzelf blijf ontwikkelen." Gwen Stücklschwaiger is 48 jaar en werkzaam als speltherapeut binnen de jeugdzorg en verstandelijke gehandicaptenzorg.

Waar begint jouw carrière?

“Ooit was ik een zijinstromer die vanuit de grafische industrie in de zorg belandde. Ik heb taken uitgevoerd die nu niet meer bestaan, zoals het letterlijk vormgeven van krantenpagina’s door papier te knippen en te plakken. Dan werd er een film van gemaakt en moest die per autokoerier naar de andere kant van het land. De grafische industrie ging digitaliseren. De banen lagen niet meer voor het oprapen en ik wilde graag vastigheid, omdat wij een huis wilden kopen en een gezin wilden beginnen.”

“Zo rolde ik, via een grapje van een vriendin die nog wel vacatures wist, in de gehandicaptenzorg. Dat was in Baarn bij Amerpoort. Ik was net moeder geworden en had gesolliciteerd op een functie als begeleider bij ‘zeer ernstig en ernstig gedragsgestoorde verstandelijk gehandicapten’. Ik kwam uit de techniek en had echt geen idee. Ik wist niet dat er ook andere doelgroepen bestonden. Ik reageerde vanuit mijn gevoel en dat werkte kennelijk goed, maar ik kon toen totaal niet onderbouwen waardoor dat goed ging. Wat was het dan dat ik deed? Ik weet nog goed dat ik voor het eerst een man moest scheren, een man die boven mij uittorende, en ik voel nog de onwennigheid. Niet weten hoe überhaupt een scheerapparaat werkt en dan ook nog zo intiem dicht bij een man dit te moeten doen. Je went snel aan dit soort dingen, maar in het begin kan dat wat spannend zijn. Het is belangrijk dat mensen die collega’s inwerken hier niet zomaar aan voorbijgaan.”

"Ik had nooit voor mogelijk gehouden dat ik een hbo-opleiding voor elkaar zou krijgen, maar dit bleek een schot in de roos."

“Binnen een week had ik op die groep een eerste escalatie met een cliënt te pakken,” vervolgt Gwen. “Een nagel in mijn arm, waarvan ik nog steeds een litteken heb en een flinke dreun rijker. Toen maakte ik de balans op. Wat deed dit met mij? Zou ik dit aankunnen? Zou ik hiermee om kunnen gaan? Ja, dat zou mij lukken. Het was niet leuk, maar ik vond dat ik niet ‘van de leg was’ en ik zag dat de man in kwestie ‘even de weg kwijt was’ en dat het niet om mij persoonlijk ging. Ik werkte onregelmatige diensten, ons tweede kind werd geboren en ik volgde de hbo-opleiding SPH (nu is dit Social Work). Ik had nooit voor mogelijk gehouden dat ik een hbo-opleiding voor elkaar zou krijgen, maar dit bleek een schot in de roos. Ons derde kind werd geboren, dit was geen belemmering voor mijn studievoortgang.”

Ook binnen het werk werd er veel geïnvesteerd in ontwikkeling door middel van diverse soorten scholing, zoals een autismecursus en videotraining. “Ik deed een tweejarige opleiding leergangcoach. En zo ontwikkelde ik dat ik niet alleen op gevoel werkte, maar ook kon onderbouwen wat ik deed en waarom iets wel of niet werkte. Ik leerde hoe ik anderen hierin kon trainen en heb verschillende trainingen gegeven. Om mijzelf te ontwikkelen schreef ik het boek wat ik zelf miste toen ik in de verstandelijk gehandicaptenzorg begon ‘Gewoon een goede begeleider’.” (Bij uitgeverij Boekenbent te bestellen via deze LINK).

Hoe ben je speltherapeut geworden?

“Ik heb ongeveer 18 jaar met veel plezier bij Amerpoort gewerkt. Ik heb mijzelf doorontwikkeld in verschillende taken en functies met verschillende doelgroepen binnen de verstandelijk gehandicaptenzorg. Vervolgens werd ik onrustig. Ik voelde dat ik niet meer op mijn plek zat. Ik merkte dat ik uitdaging en een juiste balans van taken miste. Maar wat dan wel, dat was mij nog niet duidelijk. Dus ik besloot op zoek te gaan. Want als je blijft zitten waar je zit, komt er ook niks nieuws op je pad. Ik sprak met mijzelf af een veilige plek te verlaten, me in het diepe te gooien. En ook al zou dit tegenvallen, vasthouden aan dat dit de enige manier was om mij verder te ontwikkelen.”

"Ik was nog steeds bezig met mijn zoektocht naar wie ik zou willen worden"

“Dus liet ik mij detacheren bij verschillende organisaties. Bij St. Philadelphiazorg ging ik vervolgens in loondienst, ook daar kwam ik een project tegen waar aardig wat werk aan de winkel was. Ik rolde daarna in de functie van leidinggevende op zeer pittige locaties. Maar ik was nog steeds bezig met mijn zoektocht naar wie ik zou willen worden. Naast de dynamiek van mijn werk had ik besloten een masteropleiding te doen om mijzelf te verrijken. Het werd de opleiding tot speltherapeut aan de CHE. Ik wilde graag weer iets meer bezig zijn met creativiteit en inhoud. Uiteindelijk heb ik, een half jaar na mijn masterdiploma, gesolliciteerd op de functie van speltherapeut bij Triade Vitree en heb ik de baan gekregen. Ook ben ik daarnaast mijn eigen speltherapiepraktijk Verbeeltenis gestart (www.verbeeltenis.nl). In de rol van speltherapeut voel ik me als een vis in het water. Alles wat ik in de jaren hiervoor heb gedaan en meegemaakt, komt nu samen.”

Zou je kunnen omschrijven wat er moeilijk is aan je vak?

“Dat ik met veel schrijnende levensverhalen te maken heb, maar juist die moeilijkheid is aan mij besteed. Ik weet vooraf de antwoorden ook niet, maar we gaan samen op zoek. Het is doorgaans complexe casuïstiek waarin kinderen klem komen te zitten.”

“Vaak zijn het problemen die opstapelen vanuit een voorgaande generatie. Ouders die zelf geen goed voorbeeld hebben gehad. Ik ga ervanuit dat alle ouders het beste voor hun kinderen willen, ook in situaties waarbij er bijvoorbeeld sprake is van misbruik of verwaarlozing. Daarmee zeg ik niet dat ik dit goedkeur, maar het komt ergens vandaan. Als ouders zelf geen voorbeeld hebben gehad van hun eigen ouders, hoe moeten zij dit dan goed doorgeven? Hoe laten zij zien hoe je relaties aangaat en onderhoudt, hoe je er voor de ander kunt zijn?”

"Je kunt een veilige haven zijn, een plek waar een kind even kan bijkomen."

“Deze ouders hebben iets nodig. Lukt het in samenwerking om de cirkel te doorbreken? In veel gevallen niet volledig, maar in sommige wel. De situatie verbeteren lukt tot nu toe altijd. In elk geval kun je voor een kind zelf van betekenis zijn. Je kunt een veilige haven zijn, een plek waar een kind even kan bijkomen. Waar het kind nieuwe vaardigheden leert en waar er samen veel plezier is.”

“De spelbeelden (dat is wat het kind laat zien in spel) kunnen zeer heftig zijn en mij ook echt raken. Een kind dat eerst een lieflijk hartje schildert en vervolgens het hartje overwalst met dikke klodders zwarte verf. Het feit dat het mij raakt, maakt dat ik mijn werk goed kan doen. Ik voel de pijn, de frustratie of het verdriet, maar in andere situaties ook het enthousiasme en de trots. Dit mag er allemaal zijn en waar nodig zet je interventies in, dat komt zeer nauw.”

Wat moet je kunnen om dit werk te doen?

“Om dit werk als speltherapeut te kunnen doen, moet je zelf psychisch gezond zijn. Je moet jezelf goed kunnen lezen en kunnen reflecteren om te weten ‘wat is van mij en wat is van het kind?’ Ook is het van belang dat je kunt kijken naar de kleine dingen, kleine stapjes zetten en in het hier-en-nu zijn. Het is nodig om goed te kunnen afstemmen, de vraag achter de vraag te zien en aan te sluiten bij wat nodig is. Dat is bij iedereen verschillend. En zelfstandig kunnen werken is van belang. We werken niet met een dichtgetimmerd protocol, maar kijken per situatie.”

Wat zou je willen zeggen tegen mensen die nog niet in de zorg werken?

“Ik zou zeggen, trek de stoute schoenen aan, ga ergens een kijkje nemen en ga in gesprek. Als je je leerbaar opstelt en handen uit de mouwen steekt dan kom je al een heel eind. Durf het gewoon, je hoeft het niet in een dag te kunnen!”

www.verbeeltenis.nl

Margreet is werkzaam bij Buurtzorg Nederland als wijkverpleegkundige. Hiervoor heeft ze jaren in een algemeen ziekenhuis gewerkt, voornamelijk op de afdeling chirurgie. Haar passie ligt nu vooral in de palliatieve zorg. Dit is de afgelopen jaren gegroeid, aangezien ze veel palliatieve/terminale zorg heeft verleend. Ze vindt het moeilijk om het onder woorden te brengen, maar de palliatieve zorg is waar ze haar passie in kwijt kan. Sterven is het laatste wat we doen en daarbij zijn om steun te bieden en het iemand comfortabel te mogen maken, is dankbaar en voelt heel fijn.

Waarom verpleegkundige? 

Als klein meisje wist ik al dat ik verpleegkundige wilde worden. Ik speelde altijd ziekenhuisje met mijn poppen. Een verbandje leggen, een arm van een pop halen en want deze was dan gebroken. De droom is nooit meer weggegaan. Voor mensen zorgen vind ik fijn, dit ook al vanaf toen ik klein was. Als klein meisje idealiseerde ik het natuurlijk. Toen ik wat ouder was, kwam Medisch Centrum West op televisie en toen wist ik het helemaal zeker. Ik word verpleegkundige! Dit was dus mijn droom en deze is uitgekomen.

"Het klinkt heel cliché maar de dankbaarheid die ik terug krijg is het mooiste wat er is."

Na de MAVO, ging ik de opleiding MDGO (Middelbaar dienstverlenings- en gezondheidszorg onderwijs) vz/vp volgen. Achteraf bleek de opleiding niet voldoende te zijn om in het ziekenhuis te kunnen werken. Daardoor heb ik ervoor gekozen om de opleiding MBO V als vervolgopleiding in te zetten. Deze periode was erg leerzaam en natuurlijk was niet alles leuk, maar wat ik als klein meisje op een pop deed, deed ik nu in het echt. Dit is was, en is nog steeds, mijn passie. Het klinkt heel cliché maar de dankbaarheid die ik terug krijg is het mooiste wat er is. Ik merk dat ik niet altijd stil sta bij wat mijn werk doet bij mijn cliënten. Een gebroken pols bijvoorbeeld, zorgt voor beperkingen in het dagelijkse handelen. Als ik je dan mag helpen, dan merk ik dat zelfs de kleine dingen het beroep mooi maken.

Zangles voor mij

Ik heb heel veel meegemaakt maar kan niet specifiek benoemen wat het leukste was. Wel weet ik dat elke dag anders is. Elke dag brengt je weer nieuwe mooie ervaringen. Wat ik mij wel altijd blijf herinneren, ik heb werkelijk totaal geen zangtalent. Bij een demente client zong ik altijd christelijk liederen, ze genoot hier enorm van. Wel zei ze altijd: Margreet je zingt zo vals als een kraai, op haar manier ging ze mij zangles geven. Daar zat ik dan als een brave leerling aan haar tafel en kreeg ik even zangles. Het was echt geweldig om te zien dat ze ervan genoot. Ook dan krijg ik een lach op mijn gezicht en denk ik hier doe ik het voor.

Het gaat niet alleen om het verrichten van handelingen voor de cliënten, maar er voor ze zijn is zoveel belangrijker. Als ze niet meer wist dat ik geweest was, gaf ze aan “u zei de glorie” is geweest vanmorgen. Mijn collega’s wisten dan meteen dat ik het was.

Relativeren en verder gaan

Het overlijden van cliënten kunnen er bijvoorbeeld voor zorgen dat ik paar lastige dagen heb. Ik heb dan even tijd nodig om bij te komen. Sommige cliënten heb ik heel lang in zorg gehad en daar heb ik een band mee opgebouwd. Een specifiek moment blijft mij nog altijd goed bij. In mijn begin tijd bij Buurtzorg hadden we rondom kerst zeven terminale cliënten.

"Het contrast was groot, maar ik was er voor de cliënt en naasten."

In de auto, onderweg naar een van de cliënten, was er kerstmuziek op de radio te horen. Aangekomen bij de cliënt verzamelde ik alle moed bij elkaar om vervolgens bij de cliënt naar binnen te stappen. Het contrast was groot, maar ik was er voor de cliënt en naasten. Schakelen tussen dit soort momenten hoort erbij. Als ik dan weer wegging, dan stond de radio weer aan en hoorde ik mezelf zeggen “Fijne kerst!”. Het is altijd schakelen in dit werk. Als je dan zoveel terminale cliënten hebt, is het heel fijn dat we nadien op kantoor met collega’s even samen zijn, even na kletsen en lachen. Dat doet goed en zo laad ik weer op voor de volgende dag.

Blijf jezelf

De veelzijdigheid en intensiteit kan voor de nodige druk zorgen. Ik probeer het daarom makkelijk voor mezelf te houden door dicht bij mezelf te blijven. Ik wil me niet anders voordoen dan wie ik daadwerkelijk ben. Ik heb geleerd om altijd aan te geven als ik ergens tegen aanloop. Ik loop liever even met een collega mee om te zien hoe het moet om de uitdaging vervolgens zelf aan te gaan. In het begin van mijn carrière was dat anders. Ik dacht dat ik er goed aan deed om alles aan te nemen en te zeggen dat ik het wel kon. Alles om mezelf te bewijzen, maar later bleek toch anders. Ik heb geleerd om mijn grenzen te herkennen en aan te geven. Door dicht bij mezelf te blijven, zorg ik ervoor dat mijn werk makkelijker wordt, maar vooral leuk blijft.

De zorg is goed maar moet beter

Ik vind de zorg nog altijd onderbelicht. Heel veel mensen weten niet wat er allemaal bij komt kijken en het is zeker niet alleen de “billen wassen”. Er wordt zorg verleend aan een persoon en niet alleen een gedeelte ervan. Het gaat om cliënt als persoon, dus als geheel. In mijn beleving gaan we daar nog te vaak aan voorbij. Mijn boodschap is dan ook: heb oog voor de mens in de zorg, zowel de cliënt maar ook de zorgprofessional. Helaas zien we van het laatstgenoemde dat veel van hen de zorg hebben verlaten. Oorzaak: te hoge werkdruk en te weinig personeel. Anderzijds zie ik dat de zorgprofessionals oog voor elkaar hebben, we zijn solidair naar elkaar en willen elkaar graag helpen, we waarderen elkaar.

Zorgscholingen

Een aantal jaren geleden heb ik met twee collega’s, met dezelfde passie voor palliatieve zorg, congressen georganiseerd onder de naam Palliatief in Balans. We vonden het belangrijk om de palliatieve zorg meer onder de aandacht te brengen. De vraag was hoog, want we hebben een aantal uitverkochte theater congressen georganiseerd. En daar was ineens corona, alles stond stil… Nu zijn mijn twee collega’s helaas gestopt en ga ik alleen verder onder de naam Zorgscholingen. Dit omdat ik nog niet klaar ben met mijn passie, want er valt nog zoveel te leren en te delen op dit gebied. Naast het aansturen op ontwikkeling in de palliatieve zorg, gaat mijn interesse ook uit naar andere vormen van zorg. Met Zorgscholingen hoop ik meerdere trainingen te verzorgen die zorgprofessionals helpen om beter te worden in hun vakgebied. De uitdaging hierin is groot, maar des te meer voor mij een reden om hiermee aan de slag te gaan. Ik ben ervan overtuigd dat ik de zorgprofessionals op deze manier kan verbinden en dat we samen de zorg nóg meer kunnen verbeteren. Ik had nooit gedacht dat ik dit zou kunnen maar zo zie je maar, de zorg biedt zoveel mogelijkheden en mijn ambitie om de zorg te verbeteren wordt alsmaar groter. Op deze manier probeer ik een steentje bij te dragen.

Ik nodig je graag uit

De zorg is een mooi beroep, elke dag is anders. Je kan zoveel leren en doorgroeien. Er is zoveel mogelijk. Als je iets voor iemand anders wil betekenen dan is de zorg een uitgelezen kans om dit te bewerkstelligen. Ik nodig je uit om een dagje mee te lopen, zodat ik je meer kan vertellen over mijn werk.

Nog altijd kan ik boosheid voelen wanneer iemand lelijk doet over mensen die door de maatschappij worden bestempeld als ‘anders’ (wie is er identiek gelijk aan een ander?) of wanneer blijkt dat zij minder meetellen in de maatschappij. Ik denk ook dat dit één van de redenen is dat ik in de zorg ben gaan werken: ik wil voor degenen opkomen waarvan hun stem niet gehoord wordt.

Gewoon vriendinnen

Vera en Annelies waren vriendinnen met wie ik als jong meisje speelde in de buurt waar ik opgegroeid ben. We deden verstoppertje of tikkertje. Vera kon niet lang rennen, want dan werd ze blauw, dus deden we na vijf minuten iets anders; stoepkrijten of boekjes lezen.

Toen ik een jaar of acht werd en begon te beseffen dat de wereld niet alleen om mij draaide, begon mij op te vallen dat er anders met Vera en Annelies werd omgegaan dan met andere kinderen in de buurt. Een buurtgenootje vertelde me dat zij ‘gek’ waren, ‘mongooltjes’ noemde hij hen. Hij begreep niet waarom ik met hen wilde spelen. Ik kon niet echt uitleggen waarom ik dat wilde en dat wilde ik ook eigenlijk helemaal niet uitleggen. Voor mij waren ze gewoon mijn vriendinnen. Ik weet nog dat ik het verhaal verontwaardigd vertelde tegen mijn moeder toen we ‘s avonds aan tafel zaten. Ik was boos omdat iemand in mijn ogen onaardig had gepraat over mijn vriendinnen.

"Ik probeerde gewoon aan te sluiten en zocht naar manieren om toch met hen te spelen".

Nu, dertig jaar later, denk ik bij het schrijven van dit stuk aan hen terug. Vera en Annelies. 2 meiden van toen 12 jaar, allebei geboren met het syndroom van Down. Ik hield me niet bezig met het feit dat Vera haar hart niet goed werkte, of dat ik soms moeite had met verstaan wat Annelies zei. Ik probeerde gewoon aan te sluiten en zocht naar manieren om toch met hen te kunnen spelen want Vera deelde altijd haar snoep en Annelies kon mij keihard duwen op de schommel. Voor mij als kind boeide het niet wat niet kon, de dingen die wel konden maakten mij blij met hun vriendschap (en de snoepjes natuurlijk ook).

Ik mag werken

Mijn eerste baan, toen ik 16 was, was een vakantiebaan in het verpleeghuis waar mijn moeder avond-, nacht- en weekendhoofd was. Ik werkte op de afdeling somatiek en hielp de bewoners met eten, drinken en maakte de bedden op en de postoelen schoon. Het was in de vakantie nadat ik mijn middelbare schoolexamen had gedaan en vond het zo leuk dat ik de opleiding tot Verzorgende IG ben gaan doen. Dat was een BBL opleiding waarbij ik steeds tien weken werkte en dan twee weken naar school ging. Na deze opleiding ben ik terecht gekomen op de afdeling PG (Psycho Geriatrie), een gesloten afdeling voor mensen met dementie. Hier heb ik een fantastische tijd gehad en veel ervaring opgedaan in het omgaan met gedrag wat soms moeilijk te begrijpen is. Wat ik hier vooral leerde was dat het gedrag van de ander niet over mij gaat, maar vooral iets zegt over hoe de ander zich voelt en de moeite die de ander heeft om dat op een andere manier te uiten.

"Dat was overigens ook het moment dat ik voor het eerst hoorde van de behandelmethode Triple-C".

Omdat de fysieke zorg voor deze doelgroep steeds zwaarder werd en mijn lichaam het niet goed meer aankon, was het tijd om iets anders te zoeken. In eerste instantie met pijn ik mijn hart, ik deed het werk heel graag, maar toen ik bij ASVZ solliciteerde verdween mijn verdriet wat naar de achtergrond. Een informatieavond en een speeddate resulteerden in een sollicitatie. Dat was overigens ook het moment dat ik voor het eerst hoorde van de behandelmethode Triple-C.

Dit lag precies in mijn straatje; het model zet niet de beperking of het gedrag centraal, maar juist de persoon! Zoals ik keek naar Vera en Annelies, gewoon mijn vriendinnen waarmee ik sommige dingen niet maar heel veel dingen wel kon doen, keken zij ook naar het begeleiden van mensen met een beperking. Het behandel- en organisatiemodel Triple-C is gericht op: ‘Het gewone leven ervaren.’ Wanneer mensen in een menselijke omgeving wonen, zullen zij eerder menselijk gedrag laten zien.

ASVZ

In 2011 vervolg ik mijn zorg carrière bij ASVZ. Eerst op een woongroep waar 7 mannen met een ernstig verstandelijke beperking en een intensieve begeleidingsvraag wonen, later op een woongroep waar ook weer 7 mannen woonden. Zij hadden een matig/licht verstandelijke beperking en verstoring in hun seksuele ontwikkeling.

Nu werk ik op een kinderwoongroep waar kinderen tussen de 8 en 13 jaar wonen. Zij hebben allemaal een licht verstandelijke beperking en een intensieve begeleidingsvraag. Die intensieve begeleidingsvraag houdt in dat zij, op het moment dat zij onduidelijkheid of angst ervaren, dit meestal tonen met fysieke of verbale agressie.

Het werken met mensen met een beperking kan heel zwaar zijn. Fysiek, doordat er op de groepen waar ik werk best wel eens een worstelpartij plaatsvindt, maar op emotioneel gebied soms nog zwaarder. Sommige cliënten hebben heel veel meegemaakt. Ze zijn bijvoorbeeld ernstig beschadigd geraakt door allerlei nare ervaringen in hun verleden. Soms zie je deze trauma’s terug in hun gedrag, ze laten dan zien waar ze bang voor zijn. Er zijn momenten waarop ik dat moeilijk te verkroppen vind, ik kan hen niet direct van die angsten afhelpen en dat doet wat met me, het geeft me een machteloos gevoel. Gelukkig heb ik veel lieve collega’s die mij begrijpen en waar ik terecht kan om mijn hart te luchten. Maar nogmaals; de kleine (en soms ook grote) successen die we samen behalen maken het allemaal de moeite waard.

"Het zoeken naar wat hen drijft, waar ze van houden of juist niet".

Een fijne uitdaging aan mijn werk vind ik het zoeken naar de juiste wijze van benadering van de kinderen. Het leren kennen van hun karakters, het zoeken naar wat hen drijft, waar ze van houden of juist niet. De kleine successen die ik met hen samen mag boeken waardoor hun zelfvertrouwen groeit zijn een enorme drijfveer om na een zware dag met veel conflicten weer door te gaan. De activiteiten die ik met de kinderen onderneem en waar ik het meest van geniet zijn vooral de ‘doe’ activiteiten. Wanneer we met z’n allen actief bezig zijn verlagen we het stress hormoon en komt er ruimte voor ontspanning en plezier. Zo neem ik bijvoorbeeld mijn hond weleens mee en laten we haar samen uit!

Wandelen met de hond

Studeren!

Naast mijn werk ben ik ook weer gaan studeren in 2019. Ik ben op dit moment bezig met het derde jaar van de studie Social Work (deeltijd). De verdieping in verschillende stoornissen en psychologie helpen mij anders te kijken naar gedrag en te zoeken naar manieren om ermee om te gaan.

Op dit moment is het, zoals iedereen wel weet, ontzettend druk in de zorg. Zo ook in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Er is voor de cliënten veel onduidelijkheid en onzekerheid met betrekking tot alle maatregelen en het steeds moeten sluiten van scholen en het bijvoorbeeld in quarantaine moeten.

Uitnodiging...

Daarnaast is er (landelijk) een ernstig tekort aan bekwaam personeel. Tegen mensen die twijfelen om in de zorg te gaan werken zou ik willen zeggen; neem eens contact op met een organisatie in je buurt, kijk op de website, vraag of je eens mag komen kijken of wordt bezoek vriend of -vriendin (ook heel belangrijk!). Veel instellingen bieden goede opleidingen aan en als je het mij vraagt, is werken in de zorg het meest mooiste werk dat er is!

Hét platform voor iedereen met een hart voor de zorg. Hier zien we het werk van de zorgprofessional, nodigen we ertoe uit en leren we van elkaar. Van zorgverhalen tot persoonlijke ontwikkeling, het komt allemaal aan bod. Wij bouwen aan de toekomst van de zorg.
Contact
info@ikwaardeerdezorg.nl
06 4045 7950

Copyright © 2021 Ik waardeer de zorg