Ze is werkzaam als verpleegkundig specialist en vraagt zich af of het jou en mij ook opvalt? Ze is van mening dat het ons allen wordt opgedragen. Op haar beurt zet ze grote vraagtekens bij het spelen van een 'rol' in de media: "Laat haar maar op de achtergrond een bed opmaken en als het even kan ook nog een wit uniform aantrekken". Waarom?

 

Verzoekje

Kunnen we daar mee ophouden? We zijn een zelfstandige, hooggekwalificeerde beroepsgroep die het maar al te graag om een ander laat draaien maar nu is het tijd om duidelijkheid te scheppen. Er word veel te veel over ons gepraat, niet met ons.

 

"Helaas, we kunnen niets meer voor u doen"

 

Ik ben Jennifer Bergkamp en sinds kort mag ik mezelf een hooggekwalificeerde verpleegkundige noemen. En ik heb een specialisme Palliatieve zorg en Zorgtechnologie. Ik kom in beeld nadat je met een arts een "Helaas, wij kunnen niets meer voor u doen"-gesprek gehad hebt of als het niet langer om kwantiteit maar kwaliteit van leven gaat. Ik pak de regie binnen een netwerk van zorgprofessionals die met elkaar zorgdragen voor een waardevol einde. Dat houden coachende gesprekken in met cliënten en hun mantelzorgers, ziekte inzicht, verpleegkundige interventies, verpleegtechnische (risicovolle) handelingen, een analyserende blik en een behoorlijke intelligentie om dit allemaal te kunnen overzien en op tijd in te kunnen grijpen. Daarnaast word ik ingezet als er vragen zijn over verantwoord thuis blijven wonen en hoe dit mogelijk te maken met technologische hulpmiddelen. Van tilliften tot slimme deursloten, van personenalarm tot lichtknopjes met afstandsbediening. Ik heb verstand van de aanvraagprocedures en de vergoedingen middels verzekeringen of WMO.

 

"Een leven lang leren"

 

Ik heb gekozen voor het prachtige vak verpleegkundige omdat ik het machtig vind om mijzelf te blijven uitdagen, het vak is namelijk een keuze tot een leven lang leren; het is mijn verantwoordelijkheid om op de hoogte te blijven van de laatste wetenschappelijke ontwikkelingen die nooit stil blijven staan, echt nooit!

 

Kunst van de zorg, maar wel autodidact!

Een verpleegkundige is een zelfstandige beroepsgroep die niet onder de verantwoordelijkheid valt van een arts en ik werk niet in het wit; dat heeft namelijk enkel een functie in de media en niet in mijn praktijk. Ik heb vijf van mijn collegae, echte vakmensen met passie voor wat ze doen, mogen portretteren. Vanaf 20 februari zullen deze portretten in pastel met hun verhalen te zien zijn in de expositie Helden in de Zorg. Een prachtige expositie volledig in het teken van de zorghelden en hun verhaal met naast mijn portretten ook prachtige foto's van Erik de Rijk van deze mooie vakmensen in actie. En als je dan toch een kijkje komt nemen op de expo; doe dan gelijk mee met de nominatie van je eigen zorgheld en maak kans op een dinercheque voor 4 personen voor zowel jou als jouw genomineerde held!

 

Portretten bezichtigen?

Alle mooie portretten zijn van 18 februari tot en met 3 april 2022 te zien in de expositie HELDEN IN DE ZORG bij KCA in het oude Raadhuis, Dorpstraat 9 te Aalsmeer. Op vrijdagen, zaterdagen en zondagen tussen 14:00 en 17:00 uur ben je van harte welkom om te bezichtigen.

 

Emanuel

Voor de patiënt een spannend moment: net voor of na een operatie, voor mij is het mijn dagelijks werk. Op de recovery zien we patiënten in alle leeftijdscategorieën en van verschillende specialismen. Ik ben in 2011 begonnen in het Martini Ziekenhuis in Groningen en in 2015 als leerling recovery verpleegkundige. Tijdens de opleiding leer je alles over pré- en postoperatieve zorg, bijvoorbeeld welke risico’s verschillende anesthesietechnieken met zich mee brengen en hoe je moet handelen als zich een ongewenste situatie voordoet.

 

Een dagdienst op de recovery

’s Ochtends beginnen we de dienst met een dagstart. We bespreken de planning en bijzonderheden van die dag. Vervolgens heeft elke recovery verpleegkundige de verantwoordelijkheid over maximaal drie patiënten. Aan het begin van mijn dienst weet ik niet welke patiënten ik na hun operatie zal opvangen. Voor de opvang van (acute) patiënten is wereldwijd een methodiek afgesproken, de ABCDE-methodiek. Deze methode gebruiken wij ook bij de opvang van onze  patiënten. Het zorgt ervoor dat je de patiënt in de meest veilige volgorde ‘in kaart brengt’. Hierin maak ik natuurlijk ook gebruik van mijn opgedane  kennis en ervaring. Als ik alle nodige informatie heb verzameld maak ik een risicoanalyse: welke problemen kan ik nog verwachten en wat onderneem ik als deze problemen zich voordoen? Zo ben ik voorbereid op een acute situatie. Het is in onze setting van belang om snel te kunnen schakelen en handelen. De situatie van een patiënt kan immers plotseling veranderen, bijvoorbeeld door een nabloeding. Ik moet dan prioriteiten kunnen stellen, handelen en delegeren aan collega’s zodat de patiënt opnieuw stabiel kan worden.

 

Communicatie met collega's en patiënten

Voor communicatie met de anesthesioloog en chirurg hanteren we de SBAR-methodiek, waardoor ik kort en duidelijk de situatie van de patiënt én mijn vraag kan overbrengen.

Natuurlijk bestaat mijn werk niet alleen uit acute situaties. Ik maak een praatje met de patiënt, luister naar zijn/haar verhaal, informeer naar de pijnstatus en geef zo nodig pijnstilling, zorg dat de patiënt lekker in bed ligt en zich comfortabel voelt, meet een bloedsuiker of zorg voor een waterijsje. De zo belangrijke ‘kleine dingen’. Als de meest urgente risico’s uit mijn risicoanalyse zijn afgenomen en de overgebleven risico’s beheersbaar zijn voor de verpleegafdeling, dan mag de patiënt weer terug naar zijn/haar kamer.  Binnen het zorgproces van deze patiënt, zit mijn taak er nu op. 

 

 

"De anesthesiologen en chirurgen zijn laagdrempelig benaderbaar, wat de samenwerking prettig maakt."

 

 

In het Martini Ziekenhuis is er sprake van een je en jij aanspreekcultuur waardoor er een gemoedelijke sfeer heerst. Aan het einde van de dagdienst houden we een dagevaluatie. Hierin bespreken we het verloop van de dag. Wat ging goed en wat kan beter? Ons team bestaat zowel uit mannen als vrouwen van verschillende leeftijden. Er is veel kennis en ervaring aanwezig bij de oudere collega’s en de jongere collega’s geven weer nieuwe inzichten uit bijvoorbeeld de opleiding.

 

Corona

Sinds de komst van Corona in maart 2020 werden er minder patiënten geopereerd. Het aantal opnames van patiënten met Corona nam snel toe, zowel op de verpleegafdelingen als uiteindelijk op de Intensieve Care. Al snel bleek de vraag naar IC bedden dusdanig groot, dat er een nood IC werd ingericht bij ons op de recovery. Hier werden positief geteste Corona patiënten opgenomen en ook ons team werd voor deze zorg ingezet. Ik wist niet mij te wachten stond bij deze patiëntencategorie. Ik werd uit mijn comfortzone gehaald. Natuurlijk hebben een IC verpleegkundige en recovery verpleegkundige raakvlakken binnen het werkveld, maar toch zeker ook verschillen. Gelukkig werd er goed op geanticipeerd: er werden scholingen ontwikkeld ter voorbereiding op het werken op de Corona Intensive Care. Ik vond het fijn om wat betreft kennis en kunde goed voorbereid te zijn. Met collegae van de anesthesie, operatieassistenten en verpleegkundigen vanuit de kliniek hebben we uiteindelijk de Intensive Care ondersteund. Ik heb het werken op de Intensive Care als intensief maar leerzaam ervaren. Het heeft veel indruk op mij gemaakt.  Zo werden overgeplaatste patiënten van buiten de regioin de loop van de tijd bijvoorbeeld wakker in Groningen, soms angstig en zonder familie om zich heen. Dat wens je niemand toe. Maar ook daar werd weer het beste van gemaakt: zo ontvingen we van de familie foto’s die we bij het bed van de patiënt konden hangen. Daarnaast belden onze collega’s van de Intensive Care regelmatig via face-time met familieleden van deze patiënten.

Nog steeds vergt het flexibiliteit van ons team recovery verpleegkundigen maar ook van onze collega’s op de Intensive Care. Samen hebben we onze weg gevonden in deze nieuwe setting. Het motto van het Martini Ziekenhuis “Samen voor de beste zorg” heb ik in deze hectische periode ervaren. Je ziet waar je binnen een kort tijdsbestek samen toe in staat bent!

Waardering is net als de wind. Je ziet het niet, maar je voelt het wel. Wind geeft net als waardering energie. Waardering is zo belangrijk. Wanneer je vanaf de start wordt gewaardeerd, gewoon omdat je bestaat of omdat je iets goed doet, dat geeft je vleugels, toch? Waardering geeft jou het gevoel dat wat je doet wordt gezien. Gezien worden en waardering krijgen voor wat je doet of wie je bent, komt vanuit oprechte interesse in de ander als mens.

Ik ben Sara Woudenberg, interimmanager in de zorg en podcast-host van Mens in de Zorg, en ik waardeer de zorg. Toen ik jong was, wist ik niet dat ik mijn werkende leven in de zorg zou doorbrengen. Zoals veel meisjes van 18 werkte ik achter de kassa van een supermarkt naast een studie communicatie aan een Rotterdamse hogeschool. Ik verdiende geld om mijn rijbewijs te halen en verder had ik geen doel. Maar mijn studie communicatie was mij te breed en tot groot afgrijzen van mijn ouders ben ik gestopt om “een sabbatical” te nemen. Ik beloofde plechtig om een jaar te nemen om “erachter te komen wat ik dan wel ging studeren”.

''Het maatschappelijk nuttig willen zijn was mij met de paplepel in gegoten''

Het maatschappelijk nuttig willen zijn was mij met de paplepel in gegoten en daarom had ik bedacht om dat tussenjaar te gaan werken in een verpleeghuis. Daar heb ik verder niet lang over nagedacht, want het voelde logisch om te doen. Zodoende ben ik in het dichtstbijzijnde verpleeghuis gaan werken. Daar gebeurde het, ik werd met open armen ontvangen en dat ik er was, werd zo gewaardeerd. Ik wist het meteen. Ik ben waar ik moet zijn. Ik besefte mij dat mijn aanwezigheid ertoe deed en ik ging daardoor nog meer mijn best doen om te leren om goede zorg te geven. Ik heb in dat verpleeghuis geleerd dat ik in “de zorg” op mijn plek ben. Mijn ouders (en ik) hadden dit in elk geval nooit verwacht. Hoewel mijn moeder nu (19 jaar later) zegt, dat het er altijd in heeft gezeten.

Dus nu ben ik hier, in de zorg. Begonnen als leerling verzorgende IG en nu interimmanager in de zorg. Ik heb samen met mijn compagnon een podcast over mensen in de zorg en we hebben nog zoveel meer plannen voor de toekomst. Want ik denk dat er nog zoveel meer kan in de zorg. En dat begint met waardering voor de zorg en in de zorg.

In de kleinste dingen zit dat al; de glimlach van een vrouw als je even de tijd hebt genomen om de nagels te knippen, de knipoog van een man als je met hem samen een krantje leest, dat knijpje in de hand om je patiënt te bemoedigen vlak voor een spannend onderzoek, dat lieve appje van je collega na een pittige dienst.

Laten we vaker en meer waarderen wat we doen en de energie verspreiden zodat er in de toekomst voldoende mensen in de zorg werken voor jou en mij.

Ik ben Anouk, 24 jaar en sinds kort getrouwd met Quint. Ik ben in 2020 afgestudeerd aan de Universiteit Leiden, master Forensische Gezinspedagogiek.

Wat wil ik later worden?

Ik wist vroeger niet goed wat ik later wilde worden. Toen het moment naderde waarop ik een studiekeuze moest maken, wist ik dan ook niet waar ik moest beginnen met zoeken. Wel bleek al snel dat mijn keuzes richting een zorg gerelateerde studie neigden. Uiteindelijk is dat de studie Pedagogische Wetenschappen geworden en daarna de master Forensische Gezinspedagogiek. Mijn hele studie vond ik interessant en ik heb gedurende mijn vier studiejaren dan ook geen enkele toets hoeven te herkansen. Ik ben met een acht gemiddeld afgestudeerd, maar wat kun je dan eigenlijk in de praktijk? Die vraag heeft heel wat keren door mijn hoofd gespookt.

''Pas toen ik eenmaal begonnen was, realiseerde ik me hoe groot de uitdaging daadwerkelijk was.''

Stage

Om daar achter te komen wilde ik graag stage lopen. Tijdens de laatste zes maanden van mijn studie kwam dan eindelijk dat moment. Ik heb gesolliciteerd bij de JeugdzorgPlus-instelling Horizon Antonius. Tijdens mijn sollicitatiegesprek voelde ik mij onzeker, omdat ik de vragen niet direct kon beantwoorden vanuit de theorie. Dezelfde dag nog kreeg ik het verlossende telefoontje: 'We denken dat het wel een uitdaging voor je gaat worden, maar we willen je hier graag in helpen'. Yes! Pas toen ik eenmaal begonnen was, realiseerde ik me hoe groot de uitdaging daadwerkelijk was. Werken met jongeren tussen de 12 en 18 jaar met ernstige gedragsproblemen die middels een gesloten machtiging uit huis zijn geplaatst, dat was heel wat anders dan het typen van verslagen en scripties in mijn vertrouwde studentenkamer.

Al snel ging ik op zoek naar de koppeling tussen de theorie vanuit mijn studie en de praktijk bij Antonius. Ik merkte dat er veel vergelijkingen waren. Het belang van het gezinssysteem, de motivatie van het kind, de continuïteit van de zorg, dit zijn allemaal theoretisch onderbouwde belangen die worden uitgelicht bij Antonius. Een voorbeeld: Het is uit onderzoek gebleken dat je met een positieve benadering vaak meer bereikt dan wanneer je alleen de zorgen en problemen bespreekt. Bij Antonius werken we met krachtenpresentaties, waarbij jongeren en ouders hun eigen krachten aan elkaar mogen gaan presenteren, waardoor ze de positieve kanten van hun gezin benadrukken.

Jouwzorg

De methodiek van onze locatie, JouwZorg, is gebaseerd op wetenschappelijke onderzoeken en is erg vooruitstrevend. We streven naar een kortere verblijfsduur in de gesloten jeugdzorg. Kinderen, jongeren en ouders (ambulant) ondersteunen in de thuissetting, bij pleegouders, in gezinshuizen of bij gespecialiseerde jeugdzorgorganisaties is de wens. Als landelijke pilot staat er een grote druk op onze locatie, ons functioneren en onze prestaties. Corona heeft daar weer een hele nieuwe dimensie aan gegeven, onder andere omdat jongeren moeilijk bijbaantjes konden vinden en omdat ze minder met familie en vrienden konden afspreken. Toch hebben we voor die jongeren gezocht naar praktisch haalbare en creatieve oplossingen, bijvoorbeeld door zelf werkzaamheden te creëren op onze locatie en door meer te netwerken via LinkedIn. 

''Ik moet met veel dingen rekening houden: de wensen en behoeften van de jongeren en hun ouders en de expertise van de hulpverleners.''

Na mijn stage

Na mijn stage ben ik aangenomen als trajectbegeleider bij Antonius. Ik begeleid het traject van de jongeren vanaf het moment dat ze bij ons instromen tot wanneer ze weggaan. Ik moet met veel dingen rekening houden: de wensen en behoeften van de jongeren en hun ouders en de expertise van de hulpverleners. Het gaat hierbij over zorg, onderwijs, het netwerk, hobby's en bijbaantjes. In de praktijk kan dat soms moeilijk zijn. Wat we in theorie soms voor een gezin willen, kan een uitdaging zijn om in de praktijk uit te voeren. Omdat het niet meer gaat over theoretische en abstracte casussen, maar over jongeren en gezinnen die ik ontmoet, ben ik nog meer gedreven om het best passende traject vorm te geven.

Waar ik nu sta

Inmiddels ben ik bijna een half jaar werkzaam als trajectbegeleider, heb ik een nieuwe collega ingewerkt, ben ik bezig met bijscholing, intervisie en een werkervaringsplek. Ik ben trots om deel uit te mogen maken van de transitie in de jeugdzorg en blij om aan deze uitdaging te zijn begonnen.

Toen ik 15 was wist ik het zeker: ik wil kinderen helpen; ik wil iets doen waarin ik écht van betekenis kan zijn. Abrupt besloot ik met HAVO te stoppen, want wat heb ik met dat doel aan Aardrijkskunde en Geschiedenis, dacht ik? Leraren vroegen me of ik het wel zeker wist, dat ik MBO ging doen, want je bent goed bezig op de HAVO en een diploma is belangrijk? Maar ik wist het zeker en ging mijn doel achterna. Tijdens het MBO liep ik stage op een groep waar kinderen woonden, die uit huis geplaatst  waren door het toenmalige Bureau Jeugdzorg. Geweldige stageplek. Ik kon hier veel leren over mezelf en vooral mijn hart kwijt bij deze kinderen. Die het recht niet hebben gekregen, waar alle kinderen wél recht op hebben: warmte, liefde, vertrouwen en veiligheid. 

''Als kind wist ik wat onrecht was. Als volwassene weet ik waar onrecht vandaan komt en als professional ken ik beide''.

Mijn verhaal

Toen ik afstudeerde gebruikte ik een liedje van Matthijn Buwalda, waarmee ik mijn droom verwoordde en dan vooral: “Ik sta liever ergens voor, dan overal maar steeds voor weg te rennen. Als er nog vuur in je zit, laat het branden!” Deze tekst raakt(e) me, omdat ik dat ‘vuur’ zo belangrijk vind: je passie, je drive! De reden van waarom je doet wat je doet. En ik word heel blij van doen met mijn hart. Mijn vuur was toen en ís nu: het kind en onrecht. Als kind wist ik wat onrecht was. Als volwassene weet ik waar onrecht vandaan komt en als professional ken ik beide. En dat is Jannie. En dat is waar het wat mij betreft om gaat: als jeugdbeschermer jezelf zijn. 

Hoe ben je dan jezelf? Daarvoor moet je jezelf kennen. Eerlijk gezegd vond ik die oneindige reflecties in de studies niet zo erg. Ik geniet erg van coaching, intervisie en supervisie. Het is écht nodig jezelf te kennen voor dit werk. ‘Je bent je eigen instrument’ heb je waarschijnlijk al 1000x gehoord en niks is minder waar.

Terug naar 2017, toen ik startte bij SAVE Jeugdbescherming. Voor mijn gevoel klopte het ineens allemaal. Hier kon ik mijn krachten inzetten in mijn werk. Namelijk, ik luister graag naar anderen, neem graag de leiding, houd gemakkelijk overzicht, ben nieuwsgierig, kan goed verwoorden wat ik vind, kom krachtig over, houd gemakkelijk het doel voor ogen, kan goed aansluiten bij anderen en heb een visie op wat een kind nodig heeft. Wat ik moe(s)t leren? Mógen leren, fouten mogen maken, want die maak je. Mijn beeld bijstellen van elk kind moet perfect opgroeien, naar, elk kind moet goed genoeg opgroeien. Ook moet ik leren om soms even niks te zeggen. 

Jeugdzorg

Onlangs ging het in het nieuws over het babymeisje, die gevonden werd in een vuilcontainer in Amsterdam. Een vreselijk drama wat iedereen raakt en wat voor veel mensen het enige beeld is van jeugdzorg. Het is echter veel en veel meer. Dit babymeisje raakt ons, omdat een baby aandacht en liefde verdient, in plaats van als vuil weggegooid worden. Ze huilde. Wat mij elke dag raakt zijn kinderen die niet gehoord of gezien worden als ze huilen. 

''Wat mij op mijn eerste dag raakte was dat ik wist: dit werk wil ik doen.''

Wat mij gisteren heeft geraakt...

Was een meisje dat huilt, omdat ze van papa niet naar mama mag. Omdat papa en mama niet tot een gezamenlijke afspraak komen sinds ze uit elkaar zijn. Wat mij eergisteren nieuwsgierig maakte was een melding van een school, dat aangaf dat een meisje van 5 jaar alleen maar piemels tekent. Wat mij vorige week raakte was een huilende ouder aan de telefoon, die me vraagt ‘Maar wat moet ik dan doen, Jannie, als mijn kind zegt dat ze geslagen wordt door haar vader?’ Wat mij twee weken geleden gezonde spanning gaf, was mijn rol in de Rechtbank waar de Kinderrechter mij vroeg: ‘En wat vindt u mevrouw Meijer?’ nadat ouders hun woord konden doen wat mijlenver uit elkaar lag. Wat mij vorige maand raakte was de alcoholistische moeder, die ik bij een huisbezoek aantrof in de gang in haar eigen urine, vragend aan haar dochter de urine op te ruimen. Wat mij een half jaar geleden bezig hield, was of ik een pubermeisje wel of niet gesloten moest plaatsen voor haar eigen veiligheid, wegens vermoeden van afhankelijkheidsrelaties, wetend dat een gesloten plaatsing een trauma op zich is. Wat me een jaar geleden liet genieten, was een meisje van 8 jaar, waarmee ik naar de kringloop liep om een knuffel te kopen voor haar verzameling, waarna we verder kletsten over hoe het nu thuis ging. Wat me twee jaar geleden frustreerde, was het zoveelste telefoontje van een advocaat, die mij vertelde dat ik mijn werk niet goed deed in het belang van zijn cliënt, namelijk een moeder die meer omgang zou moeten hebben met haar zoon dan ze op dat moment had. Wat me drie jaar geleden dankbaar maakte, was de fles kinderchampagne, die ik kreeg bij het afsluiten van een betrokkenheid, waarbij alcohol de deur uit moest en ouders dit gelukt was. Wat mij op mijn eerste dag raakte was dat ik wist: dit werk wil ik doen. 

Het belangrijkst

Een organisatie als SAVE Jeugdbescherming maakt veel veranderingen en onzekerheden door. We liggen onder het vergrootglas van Inspecties, media en politiek. Collega’s komen en gaan. Methodieken en werkwijzen veranderen. Daarin is het belangrijk, dat je weet waar je alles voor doet en dat je het doel voor ogen houdt. Namelijk: het kind. 

Het kind is de toekomst. Als het een kind lukt een volwassene te vertrouwen, zal het een gezonder zelfvertrouwen ontwikkelen en daaruit beter in staat zijn te leren en gezonde relaties aan te gaan. Ik geloof in de waarde van de bemoeienis van een jeugdbeschermer, die staat naast het kind en de opvoeder.


Jannie Meijer
Jeugdbeschermer
SAVE Jeugdbescherming

Toen mij werd gevraagd of ik mijn verhaal wilde delen dacht ik, waarom ik? Zo bijzonder is mijn verhaal niet, tenminste dat vind ik dan. Ik voel me wel erg vereerd om mijn verhaal te mogen delen en hoop ook anderen hiermee te inspireren.

Ik ben Jessica Lisman, 46 jaar en alleenstaande moeder van 2 kinderen; Merel van 21 jaar en Mees van 18 jaar. Ik werk al 20 jaar als croupier bij Holland Casino in Utrecht en heb het daar nog altijd erg naar mijn zin. Ik probeer gasten een leuke en gezellige avond te bezorgen en als zij dat hebben, heb ik dat ook. Ik had ook al enig tijd het gevoel dat ik iets meer voor een ander wilde betekenen in de vorm van zorgen voor anderen, anders dan zorgen voor de gasten in het casino.

''In 2014 werd mijn moeder ongeneeslijk ziek''

In 2014 werd mijn moeder ongeneeslijk ziek, ze had uitgezaaide borstkanker. Wij waren in shock want mijn moeder was pas 59 jaar en had 12 jaar daarvoor borstkanker gehad. Daarmee waren we in de veronderstelling dat na 12 jaar de kanker wel weg zou zijn. Nu bleek ze uitzaaiingen te hebben in haar longvlies. De vooruitzichten waren dat ze misschien nog wel wat jaren zou kunnen leven als de medicijnen en de chemokuren zouden aanslaan, maar hoe lang? Dat konden de artsen niet aangeven. Hierdoor kwamen we vaak in het ziekenhuis en zag ik hoe het personeel met heel veel respect de zorg leverden aan mijn moeder. Ik zag toewijding, liefde en passie voor de patiënten. Ik was onder de indruk.

Dit wilde ik ook.

Maar wat wilde ik dan precies? En wat was nog mogelijk? Vroeger als jong meisje wilde ik eigenlijk verpleegkundige worden. Ik heb drie neven op de ambulancedienst werken, dus misschien is het een familie dingetje om in de zorg te willen werken. Mijn nicht werkt als doktersassistente en vroeg mij of ik een dagje mee wilde lopen? En dat heb ik gedaan en ik kwam erachter dat ik daarin ook nog wel de zorg kon vinden die ik bedoelde.

Dokterassistente
Vervolgens ben ik in 2015 aan de opleiding doktersassistente begonnen, een 1-jarige mbo opleiding. Wat een druk jaar was dit. Ik zat elke donderdag de hele dag op school, moest huiswerk maken, liep twee dagen stage in een dokterspraktijk en moest ook nog twee a drie nachten per week in het casino werken. Daarbij kwamen ook nog mijn twee kinderen en mijn zieke moeder bij wie ik veel wilde zijn, zodra dat kon. Gelukkig hielpen mijn ouders met de kinderen als ik moest werken dus op deze manier zag ik mijn moeder ook nog vaak. Het was een zwaar jaar en ik weet ook niet hoe ik het allemaal gedaan en gered heb, maar ik haalde mijn diploma doktersassistente.

In de periode dat ik bezig was met mijn opleiding werd het Prinses Maxima centrum gebouwd, een ziekenhuis voor kinderen die kanker hebben. Ik wist al vrij snel dat ik daar graag wilde werken. Ik bleef ondertussen bij de dokterspraktijk in Utrecht op oproepbasis werken, vooral om ervaring op te doen en werkte ook nog gewoon in het casino. Ik merkte dat die combinatie van werken mij het meeste plezier bracht.

Ondertussen werd mijn moeder steeds zieker en had ik gelukkig wel weer wat meer tijd om met haar dingen te doen of gewoon even een bakje koffie bij haar te drinken. We hebben ook nog een mooie reis met de hele familie naar Zuid-Afrika gemaakt, waar mijn zus woont. Helaas heeft mijn moeder de strijd met de kanker niet gewonnen en is ze na 4 jaar ziek te zijn geweest op 64-jarige leeftijd op 14 juli 2017 overleden. Ik ben blij en dankbaar dat ze niet veel pijn tijdens haar ziekte heeft gehad en dat we haar de laatste 10 dagen thuis met elkaar hebben kunnen verzorgen en ook in ons midden is gestorven.

''Zo werd ik ambassadeur voor Pink Ribbon''

Pink Ribbon

Hardlopen doe ik graag in mijn vrije tijd. Zo liep ik altijd in de zomer de lady's run in Utrecht of Rotterdam, na deze loop bracht ik altijd de medailles naar mijn moeder, toen dat in 2018 niet meer kon stond mijn vader aan de finish om deze nu in ontvangst te nemen. De run wordt door Pink Ribbon georganiseerd en de opbrengst gaat ook naar Pink Ribbon. Hier kwam ik in contact met deze organisatie en vertelde ik mijn verhaal over mijn moeder en ook dat ik wel eens iets voor hun wilde doen. Zo werd ik ambassadeur voor Pink Ribbon. Zo sta ik in de stand van Pink Ribbon om spulletjes te verkopen om geld in te zamelen, of ga ik op pad om een check van een donateur in ontvangst te nemen. Ik vind het fijn om mezelf voor dit doel in te zetten, omdat het dicht bij mij staat en ik het een goede zaak vind om borstkanker de aandacht te blijven geven en omdat dit zoveel vrouwen treft. Helaas zijn dit soort evenementen en inzamelingsacties nu stil gelegd dankzij corona, maar ik hoop snel weer wat meer te kunnen betekenen voor dit doel.

Mijn verhaal gaat nog verder, ik was nog steeds niet op mijn plek qua werken in de zorg. Ik bleef in de gaten houden of er nog vacatures in het Prinses Maxima Centrum waren. Toen ik op een dag de vacature zag dat ze een doktersassistente zochten heb ik meteen gesolliciteerd en werd ik aangenomen! Dromen en doelen kunnen dus bereikt worden. Het ziekenhuis heeft 1 missie: Ieder kind met kanker genezen met optimale kwaliteit van
leven!

''Als doktersassistente op de afdeling ben je een belangrijke factor voor de ouders, kindjes, verpleegkundige, dokters, en bezoekers''


Ik werk op de hematologie afdeling. Dat is een afdeling waar de kinderen worden behandeld voor bloedkanker (leukemie), stofwisseling ziekten en lymfeklierkanker. Er is ook een stamceltransplantatie afdeling. Ik vind het heel mooi en ben er trots op dat ik deel uit maak van het team om ouders en patiëntjes in dit proces te ondersteunen, te helpen met soms kleine dingen zoals het regelen van de juiste papieren of een luisterend oor voor ouders. Het regelen van een patatje of pannenkoek als een kindje een keer niet zo misselijk is van een chemo en dan net daar zin in heeft behoort ook tot de mogelijkheden. Als doktersassistente op de afdeling ben je een belangrijke factor voor de ouders, kindjes, verpleegkundige, dokters en bezoekers. Nog steeds werk ik bij beide organisaties en vind ik de afwisseling heel erg fijn ondanks de verschillen. Ik voel me heel gelukkig hierdoor.

Huidige functie in corona tijd

Op dit moment is het casino dicht door corona, nu al 3,5 maanden weer. Op een zeker moment kwam er een vacature van de GGD voorbij en heb ik me aangemeld voor het vaccinatie programma. Nu mag ik tijdelijk twee dagen per week mensen vaccineren. Ik hoop hiermee bij te kunnen dragen aan een veilige en gezonde maatschappij om zo snel mogelijk deze rare tijd weer “normaal” te krijgen.

''Sinds corona in ons land is, is er een onderscheid gekomen in beroepen''

Essentiële en niet essentiële beroepen

Sinds corona in ons land is, is er een onderscheid gekomen in beroepen. Namelijk essentiële en niet-essentiële beroepen. Voor iedereen is duidelijk dat een ambulancebroeder, politieagent of huisarts essentieel is. En natuurlijk is het belangrijk dat de vakken in de supermarkten gevuld blijven en dat de treinen worden bestuurd, zodat de essentiële mensen naar hun essentiële beroepen kunnen reizen.

Ook mijn beroep valt in de categorie essentieel. Dat betekent dat ik soms nog naar kantoor kan, met meer dan twee mensen op bezoek mag komen (in functie dan natuurlijk) en een werkgeversverklaring heb om mij tijdens de avondklok buiten te mogen ophouden.

Mensencontact: moeilijk te vermijden in een sector vol met socialiteit.

Mijn naam is Susanne Meier en ik werk in de jeugdzorg als jeugdbeschermer bij Samen Veilig Midden-Nederland. Werken met mensen dus. Dat werkt het beste als je deze mensen kunt zien en spreken, echt ervaren hoe zij onderling met elkaar omgaan. Werken met mensen in de breedste zin van het woord. Mijn cliënten zijn natuurlijk mensen, maar om hen de meest passende zorg te kunnen bieden, moet ik veel overleggen met andere mensen. Die daar weer verstand van hebben. Wekelijks zijn er vergaderingen met het team, de locatie, een werkgroep of de maatjes. Ook allemaal mensen. Ten slotte worden wij als jeugdbeschermers ook met enige regelmaat verwacht op de rechtbank, met, je raadt het al, ook allemaal mensen. En laat menselijk contact nu hetgeen zijn wat zo gevaarlijk is in deze tijd, omdat het coronavirus zich tijdens dit contact vrij voelt om over te springen. Met alle gevolgen van dien.

Ontwikkelingsbedreiging

Als jeugdbeschermer kom je in een gezin als er sprake is van een zogeheten ontwikkelingsbedreiging. Dat kan zijn omdat kinderen worden mishandeld, of als er sprake is van een ingewikkelde scheiding. Er zijn zaken waarin ouders kampen met psychische problemen en hierdoor niet voldoende veiligheid kunnen bieden. Er zijn jongeren die op het verkeerde pad raken door verschillende oorzaken, of kinderen/jongeren met eigen problematiek waardoor thuis blijven wonen lastig is. Natuurlijk zijn de zaken veel complexer dan hier beschreven... deze opsomming doet onze cliënten geen eer aan. Maar het laat wel zien dat wij inspringen in een, al dan niet chronische, crisis. Dat betekent dat het menselijk contact soms beladen of ingewikkeld is. Dit maakt het juist zo belangrijk om op een menselijk niveau contact te kunnen maken, omdat hierin de verbinding ontstaat die samenwerken mogelijk maakt.

''Ruzies zijn ook vreemd digitaal''

Een (tegennatuurlijk) digitale werkomgeving

Sinds corona is mijn werk wel wat ingewikkelder geworden. Nu menselijk contact zoveel mogelijk wordt afgeraden, zijn we afhankelijk van Teams, ZieJeWel en Zoom. Oftewel digitaal overleggen. Inmiddels heb ik de handigheden hierin wel ontdekt en lukt het negen van de tien keer om iedereen aan de digitale tafel te krijgen. Maar eerlijk is eerlijk, behelpen is het ook. De zo belangrijke interactie ontbreekt. Je ziet mensen wel, maar kunt ze niet in de ogen kijken. Hierdoor missen de gesprekken echte diepte. Het is lastig te zien wanneer iemand is uitgesproken en ook als iemand emotioneel wordt, dat is gek om op een scherm te zien. Ruzies zijn ook vreemd digitaal, omdat er tegen een scherm wordt geschreeuwd en structuur bewaren in een ingewikkeld gesprek met hoog oplopende emoties ook lastig is via een laptop.

''Spontane reacties worden eigenlijk onmogelijk gemaakt, omdat je tijdens het verhaal van een ander op ‘mute’ moet staan''

Ook met collega’s lopen we hier tegen aan. Hoewel onze vergaderingen een stuk efficiënter en dus sneller verlopen, mist er iets. De gezellige kletspraatjes en grapjes die gemaakt werden tijdens de live vergadering. De koekjes die soms meegenomen worden en de kleine roddels die het delen eigenlijk niet waard zijn en dus digitaal ook niet gedeeld worden. Spontane reacties worden eigenlijk onmogelijk gemaakt, omdat je tijdens het verhaal van een ander op ‘mute’ moet staan. Als je dan eens spontaan reageert, hoort niemand je omdat je geluid nog uit staat.

Wat iets minder ingewikkeld, maar wel vreemd en ongemakkelijk is, zijn de gesprekken die nog wel op kantoor of elders mogen plaatsvinden. Iedereen met een mondkapje op een kamer in (wel opletten dat het er niet meer zijn dan toegestaan). Mondkapje af en in gesprek, terwijl we elkaar aankijken door een ingenieus opgehangen kuchscherm. Mij doet het altijd denken aan een Amerikaanse gevangenis, waar het bezoek en de gevangene ook door een scherm van elkaar gescheiden zijn.

Maar ondanks de bovenstaande beperkingen mag ik eigenlijk niet klagen. Want de essentie van mijn werk gaat gewoon door; contact met mensen. Ik merk dat alles went en dat we met z’n allen flexibeler zijn dan we denken. Als ik mezelf vergelijk met mensen die bijvoorbeeld al een jaar niet meer op hun werk zijn geweest, prijs ik mezelf gelukkig met mijn wekelijkse kantoordag. Of als ik denk aan de mensen die in de frontlinie van de zorg staan, ben ik blij met alle digitale middelen die het werk mogelijk maken zonder steeds bloot te staan aan besmetting.  

Cliënten ervaren het zwaarder

Daarnaast ben ik ook van mening dat deze manier van werken specifiek en de corona-crisis in het algemeen voor onze cliënten veel zwaarder is dan voor ons. Zij hebben te maken met een jeugdbeschermer die in hun leven grijpt, maar die zij alleen in het echt zien als het ‘noodzakelijk’ is. Dat betekent in de praktijk als er gedoe, crisis of plat gezegd ‘stront aan de knikker' is. Niet fijn. Ook hebben zij soms te maken met ingewikkelde omgangsregelingen met hun kinderen vanwege aangescherpte maatregelen. Ook zijn er jongeren die op een groep wonen waarbij bezoek ontvangen en op verlof gaan ineens ingewikkeld is vanwege besmettingsgevaar. Maar ook zij slaan zich er doorheen, met elkaar komen we deze crisis wel door.

Hopen op...

Ik denk wel dat een ieder blij zal zijn, als de jeugdbeschermer weer lekker vaak kan langskomen, ook als er niets ernstigs aan de hand is. We weer overleggen kunnen hebben met meer mensen dan eigenlijk in een ruimte passen en dan verzuchten ‘het wordt wel erg knus zo’. We zonder mondkapjes bij elkaar in de auto kunnen en omgangs- en bezoekregelingen weer afhankelijk zijn van de situatie in een gezin en niet van het aantal snottebellen of kuchjes van betrokkenen. Ook is het fijn om weer gewoon verkouden te kunnen werken en niet met een grote boog om je collega’s te hoeven heen lopen als je ze in de gang tegenkomt. Kortom, tijd voor een coronatijd waarin we waarderen wat we hadden en het nieuwe normaal weer speciaal wordt.

Even voorstellen

Ik ben Anouk Boonen, 26 jaar en ondertussen bijna 4 jaar werkzaam als (regie)verpleegkundige. Na mijn middelbare school heb ik bewust gekozen voor een beroep waar de aspecten samenwerken, empathie en praktijk centraal staan. Verpleegkunde blijkt al deze aspecten in zich te hebben.

Tijdens mijn opleiding en de jaren daarna heb ik op verscheidene afdelingen mogen werken, waardoor ik een goed beeld heb gekregen van de diversiteit die het vakgebied verpleegkunde te bieden heeft. Sinds augustus 2019 ben ik werkzaam op de afdeling Traumatologie/Gynaecologie binnen het Meander Medisch Centrum.

Wat is regieverpleegkundige?

Jullie hebben vast meegekregen dat er in 2019 veel gediscussieerd is over de functiedifferentiatie met betrekking tot de MBO en HBO-verpleegkundigen binnen de zorg. Het Meander Medisch Centrum heeft op basis hiervan de functie van regieverpleegkundige ingevoerd. Deze functie vervul ik per februari 2020. Binnen deze functie is er ruimte gecreëerd om meer bezig te kunnen zijn met zaken als: kwaliteit van zorg, coaching, onderzoek en samenwerking.

Het interessante hiervan is dat ik mij hierdoor kan bezighouden met meerdere zorgaspecten dan alleen directe patiëntenzorg, dit natuurlijk wel in samenwerkingen met het gehele team. Tijdens de implementatie van deze nieuwe functie kwam helaas corona op ons pad...

''Het voelde in het begin alsof ik alles weer opnieuw moest leren''

CORONA

Tijdens de eerste coronagolf sloot al snel onze afdeling om hierna omgebouwd te worden tot een COHORT-afdeling: een afdeling speciaal ingericht voor alleen corona patiënten. Dit zorgde er ook voor dat ons team werd opgesplitst; een deel werd op verschillende afdelingen ingezet en het andere deel werd gestationeerd op de COHORT. Ik werd tewerkgesteld bij de COHORT. Je kunt je voorstellen dat dit even wennen was, want van een chirurgische afdeling naar een interne afdeling (de COHORT) is toch wel even wat anders.

Het voelde in het begin alsof ik alles weer opnieuw moest leren, maar gelukkig was dit voor iedereen het geval. Niemand had natuurlijk eerder corona meegemaakt. Dit zorgde ervoor dat wij als team elkaar overal bij wilden helpen, ondersteunen en dingen wilden aanleren. Ik heb nog niet meegemaakt dat verpleegkundigen zo nauw samenwerkten met artsen, fysiotherapeuten, diëtisten, logopedisten, transferverpleegkundigen etc.

''De dankbaarheid die de patiënten op dat moment naar je uitspreken, daar doe je het voor!''

De zorg voor de patiënten was anders en soms erg zwaar, maar daarbij wel erg leerzaam. Wat voor veel mensen ver-van-hun-bed-show was, kwam opeens erg dichtbij. Zeker in deze tijd ben ik mij weer extra bewust geworden van wat je als zorgprofessional kunt betekenen voor een patiënt en zijn/haar familie. Doordat er weinig tot geen bezoek mocht komen fungeerde je niet alleen als zorgverlener, maar soms nog belangrijker als een gesprekspartner en luisterend oor. De dankbaarheid die de patiënten op dat moment naar je uitspreken, daar doe je het voor!

Een jaar verder...

Ondertussen hebben wij gelukkig kunnen afschalen op de COHORT en hebben wij onze afdeling weer mogen openen. We gaan weer verder met de reguliere zorg en nemen alles wat we geleerd hebben mee. Nu maar hopen dat er geen 3de golf komt!

Waar het allemaal begon

Mijn fascinatie voor het gevangeniswezen ontstond al in mijn jeugd. Ik keek vaak gevangenisprogramma’s, detectives en andere spannende series. Ik kan me herinneren dat ik al vrij jong heb gezegd dat ik in de gevangenis wilde werken. Niet wetende wat dat zou inhouden natuurlijk.
De ene helft van mijn familie werkt in de zorg, de andere helft zit bij de politie. Beide kanten trokken me.

Tegen alle adviezen in, want “het verdient niet goed”, begon ik in 2011, na het behalen van mijn diploma, aan de HBO-V. Het grootste gedeelte van mijn klasgenoten was gedreven om aan de slag te gaan in het ziekenhuis. Het liefst op de kraamafdeling of de kinderafdeling. Die ambitie heb ik echter nooit gehad. Het mooiste vind ik om zorg te verlenen aan die mensen die het nodig hebben, maar niet altijd willen of verwachten.

''Ik vond het geweldig en overtrof al mijn verwachtingen''.


Ik heb van jongs af aan interesse in de ‘minder bedeelden’ in de samenleving. Altijd heb ik het bijzonder gevonden dat mensen op een bepaald punt in hun leven een verkeerde keuze maken, waardoor ze bijvoorbeeld dakloos worden of in detentie belanden. Uit ervaring weet ik inmiddels dat het lijntje dun kan zijn en de grens tussen ‘goed’ en ‘kwaad’ voor veel mensen lastig te bepalen is. Je bent die grens immers makkelijk over en terug is vaak een lastiger verhaal. Het is soms dan ook confronterend om te horen dat mensen die vroeger bij je in de klas zaten, wél het verkeerde pad op zijn gegaan en in de criminaliteit belanden.
Tijdens mijn HBO-V heb ik drie stages gedaan in de P.I. Leeuwarden. Ik vond het geweldig en overtrof al mijn verwachtingen. Nu kon ik toch de koppeling maken tussen beide werelden: de gevangenis en de zorg.
Na mijn afstuderen ben ik gaan solliciteren in de P.I. Zwolle en met succes: ik werk nu bijna 5 jaar op de medische dienst, heb de opleiding tot justitieel verpleegkundige gedaan en inmiddels studeer ik voor verpleegkundig specialist.

Veiligheidsaspecten: ''Kan ik er eventueel uit als iemand heel erg boos wordt?''

Wat moest ik daar aan wennen. ’s Ochtends binnenkomen: riem af, schoenen uit, jas en tas in de bak en door de scanner. Je weer aankleden, pieper pakken, sleutels pakken en door de lange gangen van de gevangenis naar de medische dienst lopen. 15 minuten voor je van de voordeur tot op je werkplek bent. En niet te vergeten: de hele dag geen telefoon bij je.
Ondanks dat ons werk grotendeels bestaat uit het verlenen aan zorg aan gedetineerden, is het natuurlijk belangrijk dat je rekening houdt met veiligheidsaspecten. Het is van belang dat je goed bedenkt waar je in een kamer gaat zitten. Kan ik er eventueel uit als iemand heel erg boos wordt, draag ik mijn pieper juist en liggen er geen potentieel gevaarlijke materialen op tafel. Ondanks dat dit heftig en spectaculair klinkt, is het vooralsnog een veilige en geweldige baan. Ik heb nog nooit op mijn pieper hoeven drukken en heb me zelden onveilig gevoeld.

De influencer GevangeniszusterSanne
Twee jaar geleden is er een oproep geweest onder personeel of je het leuk zou vinden om af en toe wat ambassadeurswerk te doen voor DJI (dienst justitiële inrichtingen). Dat leek me leuk: ik ben tenslotte trots op mijn werk en heb het enorm naar mijn zin. Niet wetende dat dit enorm veel publiciteit en werk met zich mee zou brengen. Inmiddels wordt ik door bewaarders gekscherend ‘influencer’ genoemd en word ik op die manier ook voorgesteld aan nieuw personeel. Ik ben en blijf natuurlijk gewoon verpleegkundige Sanne, maar ben inderdaad veel zichtbaar op onder andere sociale media. Ik hou me met name bezig op instagram op het account genaamd @gevangeniszusterSanne en ben inmiddels de 6300 volgers gepasseerd. Soms vind ik dat bizar: bedenk je eens dat er zesduizend mensen voor je neus zouden staan.

''Inmiddels wordt ik door bewaarders gekscherend ‘influencer’ genoemd''

Doel
Via sociale media wil ik meer bekendheid creëren over het werk in de gevangenis, zeker als verpleegkundige. Het is namelijk een geweldige werkplek met een doelgroep die nog altijd uitdagend is en ondanks alles ook gewoon recht heeft op goede zorg.

Sinds vroeger al een interesse in helpen

“Als kind bekommerde ik me al om gewonde vogels en om kinderen die gepest werden. Toen ik een jongen wilde aanpakken, die altijd hetzelfde meisje pestte, resulteerde dat in een gapende wond onder mijn kin. Hij gooide het schoolhek dicht, terwijl ik hem achterna fietste. Hij was daar zo van geschrokken, dat hij nooit meer iemand gepest heeft.

Terugblik: Begin jaren negentig

...Ging ik na het voltooien van de MEAO bij een voedingsbedrijf in Zwijndrecht werken. Als verkoopbinnendienst medewerker vond ik al gauw mijn plaats. Heerlijk om met verschillende mensen en culturen te werken. Na een jaar of 8 bood het hoofdkantoor in Naarden mij een baan aan, op de verkoopafdeling. Ook daar vond ik snel mijn plaats. Ik ben een mensenmens en ben redelijk avontuurlijk ingesteld. Ik verhuisde naar Huizen en woon daar al 22 jaar vlakbij het Gooimeer. Al na anderhalf jaar bood het bedrijf mij een baan in een groot ICT project aan. Het avontuur lokte en ineens werkte ik in Kent, vlakbij Dover. Het zaadje voor mijn consultancy leven was geplant. Lang verhaal kort; in 2006 ging ik de consultancy in.

Beroep veranderen: Van (ICT) consultant naar zorgverlener?

Als senior en later managing consultant, project manager en leidinggevende heb ik met heel veel plezier keihard gewerkt. Ook hier voelde ik me als een vis in het water. Het contact met verschillende culturen en alle lagen uit het bedrijfsleven zorgde dat ik het leuk vond. Ook al betekende dit dat ik minimaal 60 uur per week werkte. Door privé omstandigheden strandde mijn ICT avontuur; de zorg voor mijn inmiddels ex-vrouw en de drukke baan trok alle energie uit me. Al bijna een jaar had ik lichamelijke klachten vanwege mijn ziekte van Crohn. Ik negeerde het stelselmatig. Ruim vier maanden zat ik in de ziektewet. Dit was de beste beslissing in lange tijd. Mijn klachten verdwenen als sneeuw voor de zon. Stress was killing.

Het besef dat het tijd was om het roer om te gooien, groeide. In overleg met mijn toenmalige werkgever heb ik me per eind 2017 laten ontslaan. Voor het eerst in 30 jaar ontdekte ik de wereld van de WW. In overleg met het UWV heb ik afgesproken dat ik voor mezelf wilde beginnen. Tijdens mijn ICT leven, durfde ik dat niet, terwijl ik een ervaren consultant was. En nu ging ik ‘iets met mensen’ doen. Geen idee wat precies. Hoe vaag kon ik zijn?

''Wilde ik dit echt gaan doen?''

Om me te oriënteren heb ik lezingen over dementie bijgewoond, ik ging naar congressen. Verder bouwde ik mijn LinkedIn netwerk uit van 400 mensen naar inmiddels 2000 mensen. Ik maakte afspraken met mensen om meer te leren over zorg en keek bij bedrijven in de keuken. Ook gaf ik zelf een lezing “just do it” aan zij-instromers in de zorg. Eind 2017 heb ik me ingeschreven bij het vrijwilligersplatform huizenvoorelkaar.nl. Wilde ik dit echt gaan doen? Dan misschien een goed idee om als vrijwilliger te beginnen.

Ervaringen met cliënten

Twee dagen na inschrijving zat ik koffie te drinken met een man, die graag naar musea gaat. Een week later reed ik hem, als vrijwilliger, in zijn Rolls Royce (met invalidekaart) naar een museum. Ik viel met mijn neus in de boter. Haha, dit wist ik ook niet van tevoren. Er ontstond een hechte band. Ja, ik vond het leuk ‘werk’. Mijn inschrijving bij Saar aan Huis resulteerde in een opdracht bij een ouder echtpaar in Blaricum. Hij had dementie en zij Parkinson. Ik kookte drie keer per week voor hen en deed lichte huishoudelijke klusjes. Het praatje met hen, het er ‘gewoon’ zijn, werd erg gewaardeerd. Heel fijn om te doen. Ook was ik ingeschreven bij Home Instead, maar had nog geen opdracht.

Heel graag schrijf ik over mijn ervaringen op mijn zelfgebouwde website en LinkedIn. Een vrouw zag mijn blogs via LinkedIn en zag in mij de ideale aanvulling in het zorgteam van haar vriend, die ALS had. Ik vertelde hem tijdens het kennismakingsgesprek, waar ik tegenop zag, dat ik hem niet als een zielige man zag. Ik zag een krachtige autonome man, die aan het leven hing. Dit zorgde direct voor een goede klik.

Mensen wassen?

Nog kort daarvoor riep ik, dat ik geen mensen wilde wassen, niet in de weekenden en avonden wilde werken. Et voila... ik deed het allemaal en met liefde. Ik leerde omgaan met een tillift, een sondepomp, de letterkaart, spraakcomputer, een douchestoel, een nekkraag en zo veel meer. Het klikte goed tussen deze man en mij. Verder was ik beheerder van zijn PGB, stuurde het zorgteam aan en had contact met allerlei instanties. Een pittige tijd en na zijn overlijden heb ik gesproken op zijn crematie.

Via via kreeg ik een nieuwe opdracht. Sinds januari 2019 werk ik bij een man (van mijn leeftijd) met de spierziekte Myotone Dystrofie. Het klikt goed. Ik was hem, kleed hem aan, help hem met douchen, houd hem gezelschap en doe hand en spandiensten in en om het huis en meer. Via Home Instead heb ik een oudere man van 90 gezelschap gehouden. We deden samen boodschappen en dronken in de supermarkt koffie samen met andere ‘hangouderen’. Ook ben ik in maart 2019 via hen begonnen bij een man met Parkinson. Een energieke levenslustige kerel van eind 50, die een enorme wil heeft om te leven.

''Ik doe het werk waar zorgprofessionals niet aan toekomen.''

Eind 2019

...werd ik door een vrouw benaderd. Zij zocht iemand in het zorgteam voor haar puberzoon. Toen deze jongen drie maanden oud was, kreeg hij hersenvliesontsteking. Sinds die tijd is hij hulpbehoevend. Ik zie hem niet als verstandelijk beperkt. Het is een lieve jongen, die veel begrijpt en aanvoelt. Een plezier om gemiddeld zo’n 20 uur per week met hem te werken. In april 2020 werd ik benaderd door een vrouw uit Haarlem. Zij had me gevonden via Google. De blogs spraken haar aan. Sinds juni vorig jaar werk ik voor haar man. Hij is in de 70 en heeft Vasculaire Dementie en diabetes. Fijne mensen waar ik graag kom.

Frans de Lange, met die lieve puber waar hij sinds 2020 mee mag werken.

''Sinds ik als ontzorgverlener werk, heb ik geen stress meer.''

Bijna wekelijks schrijf ik een blog over mijn ervaringen. Uiteraard met toestemming van mijn cliënten. De mensen achter de aandoening krijgen met mijn blogs een podium. Ontzorgverlener is een term die ik nog niet eerder tegenkwam. Zo noem ik mijzelf. Ik doe het werk waar zorgprofessionals niet aan toekomen. Hartezorg noem ik dat. Er is hier ontzettend veel behoefte aan. Sinds ik als ontzorgverlener werk, heb ik geen stress meer. Het is erg fijn werk om te doen. Hopelijk mag en kan ik dit nog lang blijven doen.”

Hét platform voor iedereen met een hart voor de zorg. Hier zien we het werk van de zorgprofessional, nodigen we ertoe uit en leren we van elkaar. Van zorgverhalen tot persoonlijke ontwikkeling, het komt allemaal aan bod. Wij bouwen aan de toekomst van de zorg.
Contact
info@ikwaardeerdezorg.nl
06 4045 7950

Copyright © 2021 Ik waardeer de zorg